DCSIMG

 

Roberts M. veroordeeld tot 19 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging

Amsterdam ,

Pagina-inhoud

Het gerechtshof Amsterdam heeft Roberts M. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 19 jaar en TBS met dwangverpleging. Dat is 1 jaar meer dan de rechtbank hem had opgelegd. Het Openbaar Ministerie had in hoger beroep 20 jaar en TBS geëist.
M. is veroordeeld voor alle tenlastegelegde feiten. Bij 80 daarvan gaat het om seksueel misbruik van zeer jonge kinderen, dat meestal langdurig en veelvuldig plaatsvond. Dat gebeurde op de crèches waar Roberts M. werkte, bij de kinderen thuis als hij oppaste en in zijn eigen woning. Verder had Roberts M. heel veel kinderporno in zijn bezit. Daarbij zaten veel foto’s en films bij die hij had gemaakt van zijn eigen misbruik en die hij verspreidde onder internetvrienden in binnen- en buitenland.

Meest grove schending

Het hof heeft er bij de oplegging van de gevangenisstraf in het bijzonder rekening mee gehouden dat de verdachte in een periode van ongeveer vier jaar zeer vele jonge tot zeer jonge kinderen seksueel heeft misbruikt, sommigen vele malen en gedurende een lange periode. Zijn slachtoffers varieerden in leeftijd van nog geen drie weken tot hooguit ongeveer vier jaar oud. De verdachte ging daarbij berekenend te werk. Hij heeft hierdoor de lichamelijke en seksuele integriteit van deze kinderen op de meest grove wijze geschonden. Ook heeft de verdachte in veel gevallen foto- en filmbeelden van het door hem gepleegde misbruik gemaakt en deze beelden via het internet verspreid, waarmee hij ook het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van die kinderen heeft geschonden.

Straf en maatregel

Volgens het hof is deze strafzaak naar aard en omvang nauwelijks te vergelijken met enige andere. In beginsel doet daarom slechts de maximale gevangenisstraf die voor deze feiten kan worden opgelegd recht aan de ernst van de feiten, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaar.
Het hof neemt het advies van de deskundigen Stam en Van Gestel over om de verdachte de bewezen verklaarde misbruikfeiten slechts in enigszins verminderde mate toe te rekenen. Hierin vindt het hof aanleiding om de gevangenisstraf te matigen tot 19 jaar. Andere factoren die eventueel strafverlagend kunnen werken - de coöperatieve houding van de verdachte, de uitvoerige publiciteit over de zaak en uitlatingen van politici e.d. - acht het hof niet opwegen tegen de aard en omvang van de gepleegde feiten.
Voorts heeft het gerechtshof overeenkomstig de adviezen van de deskundigen TBS met dwangverpleging opgelegd.

Aanvang TBS

De advocaten van Roberts M. hebben het hof gevraagd als advies op te nemen in de uitspraak dat zijn TBS moet aanvangen voordat hij de gebruikelijke 2/3 van de gevangenisstraf heeft uitgezeten. Het hof volgt dat niet. In het bijzonder de ernst van de feiten, de omvangrijke schaal waarop die hebben plaatsgevonden, de schade die aan kinderen is berokkend en het leed dat gezinnen is aangedaan, brengen naar het oordeel van het hof mee dat moet worden afgezien van een advies dat strekt tot aanvang van de TBS voordat de verdachte twee derde van de op te leggen gevangenisstraf heeft uitgezeten.

Geen onrechtmatige huiszoeking

De advocaten van de verdachten hebben gesteld dat de doorzoeking in de woning van de verdachten onrechtmatig was. Het hof vindt, evenals de rechtbank, dat die doorzoeking weliswaar niet helemaal volgens de regels is gegaan, maar dat dit geen gevolgen in de strafzaak hoeft te hebben. Het bewijs dat bij de doorzoeking is gevonden, vooral computers met kinderporno, kan dus voor het bewijs worden gebruikt.

De positie van de ouders

Het is onmiskenbaar dat de handelingen van de verdachte een enorme impact hebben gehad - en nog steeds hebben - op de gezinnen waartoe de misbruikte kinderen behoren. De lichamelijke en seksuele integriteit van de kinderen is ernstig geschonden en vele kinderen zijn psychisch mogelijk voor het leven getekend. Voor de ouders is de wetenschap van het misbruik van hun kind een traumatische aangelegenheid, ook in die gevallen waarin bij de desbetreffende kinderen destijds en momenteel geen fysieke afwijkingen of gedragsveranderingen waarneembaar zijn.
Vanwege de bijzondere positie van de ouders wier kinderen de ten laste gelegde feiten betreffen, heeft het hof een aanzienlijk deel van de behandeling besteed aan de bespreking van de gevolgen van het seksueel misbruik van kinderen voor de ouders en andere gezinsleden.

Beperkte uitleg slachtofferschap

Maar zoals uit de wetgeschiedenis naar voren komt, heeft de wetgever aan het begrip slachtoffer een beperkte betekenis toegekend door alleen degene die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit schade heeft geleden, dat wil zeggen degene die getroffen is in het belang dat de overtreden bepaling beoogt te beschermen, als slachtoffer te beschouwen. Deze (beperkte) uitleg heeft tijdens de parlementaire behandeling van de onderscheiden wetsvoorstellen nimmer ter discussie gestaan. Bij de slachtoffers van misdrijven als deze kan het slechts gaan om de minderjarigen die fysiek misbruikt zijn (de misdrijven van de artikelen 244 en 247 Sr) en de kinderen van wier misbruik beeldopnamen bestaan (het misdrijf van artikel 240b Sr).De schade van de kinderen zelf wordt dan ook door het hof grotendeels toegewezen en de bedragen vallen per kind voor het grootste deel hoger uit dan bij de rechtbank.


Echter, uit tekst noch wetsgeschiedenis van deze strafbepalingen kan volgen dat met deze strafbaarstellingen tevens is beoogd de belangen van de ouders, zoals het recht op respect voor hun familieleven, waarop in deze zaak een beroep wordt gedaan, in het strafrecht te beschermen. Dat wil echter niet zeggen dat M. naar civiel recht niet aansprakelijk kan zijn jegens de ouders. Maar het hof zou op de stoel van de wetgever gaan zitten als de ouders wel als slachtoffer in de zin van de artikelen 51a e.v. Sv zouden worden beschouwd