De vervolging van twee oud-rechters voor meineed is zeer ernstig en schaadt het vertrouwen in de rechterlijke macht, maar het effect moet niet worden gedramatiseerd.
Dat zegt Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, over de vervolging door het Openbaar Ministerie van de twee oud-rechters Westenberg en Kalbfleisch. Eind vorige week werd bekend dat het OM het tweetal verdenkt van meineed in de ingewikkelde Chipsholzaak. Kern van de zaak: Kalbfleisch zou als coördinerend vice-president van de rechtbank Den Haag in 1994 op verzoek van een privé-relatie zich hebben bemoeid met een zaak over gronden rond Schiphol die Westenberg was toegewezen. Westenberg zou de schade voor de relatie van Kalbfleisch moeten beperken. In latere procedures zouden de twee, inmiddels beiden oud-rechter, hebben gelogen over hun vriendschap; ze zouden beter bevriend zijn dan ze onder ede verklaarden.
Fundament
Van den Emster: "We moeten de zaak niet bagatelliseren, want getuigenbewijs is een belangrijk fundament van ons rechtsbestel. Een verdenking van liegen onder ede door rechters is zeer ernstig, dat raakt zonder meer de kern van het ambt van rechter. Daarom typeer ik deze zaak ook wel als een nachtmerrie, als rechter in hart en nieren doet dit mij pijn."
Unicum
Maar de zaak moet ook weer niet worden gedramatiseerd, meent de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak: "Want dit is een unicum, ik ken geen andere voorbeelden van verdenkingen van rechters die onder ede zouden hebben gelogen. Deze zaak gaat terug tot 1994. Dit is een incident, dat is de realiteit. Natuurlijk: er zijn voorbeelden van disciplinaire maatregelen tegen niet-functionerende rechters, maar die gingen steeds over menselijke tekortkomingen in de privé-sfeer of bij de uitoefening van hun ambt. De zaak tegen Kalbfleisch en Westenberg is echt van een andere categorie."
Automatisme
De pech voor de rechterlijke macht is dat gedrag van een afzonderlijke rechter nu eenmaal afstraalt op dé rechterlijke macht, merkt Van den Emster op. "Als een chirurg een fout maakt, dan heeft die specifieke chirurg een fout gemaakt. Als een rechter een fout maakt, dan wordt dat dé rechterlijke macht aangerekend. Heel vervelend, maar ik kan aan dat automatisme niets veranderen. Feit is dat dit incident schadelijk is voor het vertrouwen van de burger in de rechtspraak."
Afwachtend
Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer schreef vorig jaar in een opiniestuk in het Nederlands Juristenblad dat hij vindt dat de rechterlijke macht in de Chipsholkwestie te afwachtend heeft geopereerd. Brenninkmeijer miste 'verklaringen op eigen initiatief van de meest betrokkenen'. Van den Emster was, is en blijft het fundamenteel oneens met de ombudsman. "Als rechters bezig zijn met lopende procedures, dan past het niet hen voor de voeten te lopen. Het zou echt niet begrepen zijn als er buiten de lopende gerechtelijke procedures nog andere onderzoeken zouden zijn gestart."
Rode kaart
Van den Emster kan zich niet voorstellen dat deze zaak ooit nog ergens goed voor blijkt te zijn. "Ik vergelijk het wel eens met straffen die worden uitgedeeld in het voetbal. Aan een rode kaart kan je soms een leermoment koppelen. Als een sliding bijvoorbeeld te hoog wordt ingezet, kan een voetballer daar de volgende keer rekening mee houden. Maar als een rode kaart wordt uitgedeeld voor het slaan van de scheidsrechter, dan is dat evident buiten de spelregels om. Daar kan je verder niets mee. Hetzelfde geldt hier; ik hoef niet uit te leggen dat een rechter niet mag liegen. Wat dat betreft is er geen grijs gebied."