De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State spreekt recht in hoogste instantie in geschillen tussen de burger en de overheid. De Afdeling oordeelt over besluiten van de overheid (gemeente, provincie en rijk), waartegen burgers of bedrijven beroep hebben ingesteld. Het komt ook voor dat overheden onderling een geschil hebben.
Bekende voorbeelden zijn geschillen over bouwvergunningen, handhavinggeschillen, subsidies en beslissingen op basis van de Wet openbaarheid van bestuur. Daarnaast behandelt de Afdeling een groot aantal zaken op het gebied van bestemmingsplannen en milieu. Voorbeelden van aansprekende zaken die bij de Raad van State behandeld worden, zijn beroepen tegen grote projecten als de aanleg van de Tweede Maasvlakte, de Betuweroute, de Hoge-Snelheidslijn en van de vijfde landingsbaan op Schiphol.
De Raad van State is niet de enige hoogste rechtsprekende instantie in Nederland. Voor sociale zekerheids- en ambtenarenzaken is dat de Centrale Raad van Beroep. In sociaal-economische zaken fungeert het College van Beroep voor het bedrijfsleven als hoogste instantie. De Hoge Raad der Nederlanden is de hoogste instantie voor strafrecht, civiel recht en belastingrecht. De Raad van State maakt geen deel uit van de rechterlijke organisatie. De Raad van State heeft een eigen website die u
hier kunt vinden.
 |
Postbus 20019 2500 EA Den Haag tel: 070 - 426 44 26 fax: 070 - 365 13 80 |
Onderverdeling in Kamers
De Afdeling bestuursrechtspraak is onderverdeeld in vier juridische Kamers:
- Kamer 1 Ruimtelijke Ordening (bijvoorbeeld zaken met betrekking tot de Wet op de Ruimtelijke Ordening, Luchtvaartwet en de Natuurbeschermingswet).
- Kamer 2 Milieu (bijvoorbeeld zaken met betrekking tot de Wet milieubeheer, Kernenergiewet en de Wet bodembescherming).
- Kamer 3 Algemeen Hoger Beroep (bijvoorbeeld bouwzaken, subsidiezaken, kapvergunningen en waterschapszaken).
- Kamer 4 Hoger Beroep Vreemdelingenzaken (zaken met betrekking tot de Vreemdelingenwet).
In Kamer 1 en kamer 2 is de Afdeling rechter in eerste en enige aanleg: zij is de eerste rechter die over het geschil oordeelt en hoger beroep is daarna niet mogelijk.
In kamer 3 en Kamer 4 is de Afdeling hoger-beroeprechter: zij behandelt het hoger beroep tegen uitspraken van de sectoren bestuursrecht van de rechtbanken.
De Koningin is voorzitter van de Raad van State. Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima hebben zitting in de Raad. De dagelijkse leiding van de Raad van State is in handen van de Vice-President, mr. H.D. Tjeenk Willink. De organisatie van de Raad van State bestaat verder uit 600 medewerkers, van wie circa 225 jurist zijn.
Werkwijze
Bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan iemand terechtkomen die recht zoekt in een bestuursrechtelijke aangelegenheid. Het geschil betreft dan een beslissing van een bestuursorgaan of de uitspraak van een rechtbank over zo'n beslissing. Het bestuursorgaan of de rechtbank vermeldt onder het besluit, respectievelijk de uitspraak, dat (hoger) beroep openstaat bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Gaat het om een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank, dan kan de Afdeling die uitspraak bevestigen of vernietigen. De Afdeling beoordeelt dan of de overheid bij het nemen van een besluit volgens de wet en het geldende recht heeft gehandeld. Een besluit moet onder meer goed gemotiveerd zijn en duidelijk en ondubbelzinnig.
Zittingen van de Afdeling bestuursrechtspraak
Het merendeel van de zaken wordt behandeld op een zitting. Gemiddeld duurt de behandeling drie kwartier per zaak. Gecompliceerde zaken duren langer en hele grote zaken, zoals planologische kernbeslissingen op het gebied van de ruimtelijke ordening, kunnen dagen in beslag nemen omdat er tientallen beroepen gecombineerd worden behandeld.
De Afdeling streeft er naar een beroepschrift binnen een jaar en een hoger-beroepschrift binnen 36 weken na ontvangst af te doen met een uitspraak. Het is niet verplicht om een advocaat mee te brengen. In de meeste zaken voeren de partijen zelf het woord. Namens de bestuursorganen voeren veelal ambtenaren het woord.
Soms vragen partijen om een voorlopige voorziening. Die is te vergelijken met het kort geding bij de burgerlijke rechter. Zulke verzoeken worden op korte termijn behandeld. De bestuursrechter wordt gevraagd om een tijdelijke oplossing, die van kracht blijft totdat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, of totdat een bestuursorgaan heeft beslist op het bij dat orgaan nog in behandeling zijnde bezwaarschrift.
De zittingen, waarop gemiddeld vier tot zes zaken openbaar worden behandeld, vinden plaats op alle werkdagen van de week. De zittingen beginnen meestal om 10.00 uur en duren tot ongeveer 14.30 uur. Een meervoudige kamer (drie staatsraden) behandelt de (juridisch) meer gecompliceerde zaken, een enkelvoudige kamer (één staatsraad) behandelt de (juridisch) minder gecompliceerde zaken.
De zittingen vinden alle plaats in het gebouw aan Lange Voorhout 3 te 's-Gravenhage. De partijen kunnen er hun standpunten mondeling toelichten en als de Afdeling nog vragen heeft, dan kan zij die rechtstreeks stellen aan partijen. Bijna alle zittingen zijn openbaar. De uitspraak wordt automatisch aan de procederende partijen toegezonden.
Vreemdelingenzaken
Sinds de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000, spreekt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ook in hoogste instantie recht in vreemdelingenzaken. De vreemdeling in persoon, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzondere gemachtigde of een advocaat kan beroep instellen bij de raad. Een afschrift van uitspraak waartegen hoger beroep wordt ingesteld moet dan worden overgelegd.
Niet alle vreemdelingenzaken zullen op een zitting worden behandeld. Als zaken wel op zitting worden behandeld, gebeurt dat doorgaans in het gebouw aan Lange Voorhout 3 te 's-Gravenhage. De zittingen kunnen ook op een andere locatie worden gehouden, namelijk het Paleis van Justitie te 's-Gravenhage. Alle zittingen zijn openbaar.
De wettelijke termijn voor de afdoening van hoger beroepschriften is maximaal 23 weken. Afhankelijk van het soort zaak kan de termijn waarbinnen uitspraak wordt gedaan echter aanzienlijk korter zijn. Een uitspraak op een verzoek om voorlopige voorziening wordt in beginsel binnen vijf weken gedaan. Indien dit noodzakelijk is, kan een uitspraak op een verzoek om voorlopige voorziening echter binnen enkele uren worden gedaan.
De uitspraken van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State vindt u hier.