Home   Contact   Sitemap   English   RSS   Zoeken  


Rechtbank Amsterdam
 

Uitspraak in strafzaak Volkert v/d G.

Rechtbank Amsterdam
15 april 2003

PERSBERICHT

De rechtbank Amsterdam heeft uitspraak gedaan in de zaak tegen Volkert van der G.. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat Van der G. op 6 mei 2002 te Hilversum W.S.P. Fortuijn opzettelijk en met voorbedachte rade van het leven heeft beroofd, dat hij H.A.J. Smolders heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en dat hij een wapen en munitie voorhanden heeft gehad. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het onder 4 telastegelegde feit (te weten het bezit van condooms met kaliumchloraat en suiker in combinatie met zwavelzuur) omdat niet is komen vast te staan dat deze bestemd waren voor 'het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing'. De rechtbank acht Volkert van der G. strafbaar en veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 jaar.

Motivering van de strafmaat
Het gedrag van verdachte wordt als onaanvaardbaar gekwalificeerd. Vaststaat dat de verdachte door zijn handelen onherstelbaar leed heeft toegebracht aan de nabestaanden. Daarenboven heeft de verdachte de normen van onze samenleving en de wijze waarop men in het politiek debat met elkaar pleegt om te gaan op een buitengewoon grove wijze geschonden. Het feit heeft in zijn algemeenheid de rechtsorde buitengewoon ernstig geschokt. De aanslag heeft naar het oordeel van de strafkamer weliswaar geen gevaar opgeleverd voor het voortbestaan van de democratie, de gebeurtenis heeft ontegenzeggelijk inbreuk gemaakt op een zo belangrijk democratisch proces als de verkiezingen van 15 mei 2002. De moord op het slachtoffer heeft wel invloed gehad op het verkiezingsproces, maar de omvang en aard daarvan zijn in het kader van het strafproces niet te bepalen.

Gelet op de persoonlijkheidsstructuur van de verdachte zoals die uit het PBC-onderzoek naar voren komt, kan niet objectief worden vastgesteld welke waarde moet worden gehecht aan uitingen van spijt of berouw van verdachte dan wel het ontbreken daarvan. De rechtbank heeft dat aspect dan ook niet betrokken bij de vaststelling van de strafmaat.

De rechtbank kent groot gewicht toe aan de vraag of de kans op herhaling aannemelijk is. Verdachte is niet eerder voor een strafbaar feit veroordeeld. In de persoon van verdachte, zoals ook geanalyseerd door het PBC, noch in de feitelijke omstandigheden zoals die ter terechtzitting zijn gebleken, zijn aanwijzingen te vinden dat wanneer verdachte in de toekomst opnieuw in een soortgelijke situatie zal komen te verkeren hij daarin opnieuw op starre wijze zijn geweten zal volgen.

Het algemeen preventieve doel van een gevangenisstraf om anderen te weerhouden van een vergelijkbaar misdrijf, kan niet alleen worden bereikt door het opleggen van een levenslange gevangenisstraf. In ons land wordt tot nu toe de grootst mogelijke terughoudendheid betracht bij het opleggen van een levenslange gevangenisstraf. De wetenschap dat het opleggen van deze straf ook daadwerkelijk betekent dat verdachte feitelijk levenslang in gevangenschap kan doorbrengen betekent dat vanuit overwegingen van humaniteit moet worden afgewogen of niet in beginsel perspectief moet worden geboden op terugkeer in de samenleving. Alles afwegend is het eindoordeel dat in dit geval het opleggen van een levenslange gevangenisstraf niet in overeenstemming is te brengen met de doelen die een strafoplegging heeft te dienen. Daarom wordt aan verdachte een tijdelijke gevangenisstraf opgelegd. Voor wat betreft de duur daarvan is mede in aanmerking genomen de geschokte rechtsorde, de brute wijze waarop het slachtoffer is omgebracht, de inbreuk in het democratisch proces en de generaal preventieve werking die van deze straf dient uit te gaan.





LJ Nummer

Bron: Rechtbank Amsterdam
Datum actualiteit: 15 april 2003 Naar boven