Home   Contact   Sitemap   English   RSS   Zoeken  


Rechtbank Zwolle-Lelystad
 

Bestuursrecht

Bestuursrecht

De sector bestuursrecht algemeen behandelt beroepen tegen overheidsbesluiten. Het gaat daarbij om reguliere bestuursrechtzaken en vreemdelingenzaken.

Reguliere bestuursrechtzaken

Onder de reguliere bestuursrechtzaken vallen onder meer zaken op het gebied van de sociale verzekeringswetten zoals de Werkloosheidswet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet werk en bijstand.

Daarnaast worden beroepszaken behandeld in het kader van het ambtenarenrecht, het bouwrecht (Wet op de ruimtelijke ordening en de Woningwet)) en op grond van bij voorbeeld de Wegenverkeerswet (o.a. ongeldigverklaring van rijbewijzen).

De sector bestuursrecht algemeen behandelt tenslotte beroepszaken in het kader van de belastingsrechtspraak (met uitzondering van beroepszaken in het kader van de Inkomsten- en omzetbelasting).  

Procedure
In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn (onder meer) de procedureregels voor het bestuursrecht opgenomen. In de Awb zijn alle bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het volgen van een bezwaar- en beroepsprocedure, alsmede de voorwaarden waaraan zowel een bezwaar- als een beroepsschrift moeten voldoen. Het indienen van een beroepschrift bij de sector bestuursrecht kan door de ontvanger van het besluit zelf of desgewenst door een gemachtigde (bijvoorbeeld een advocaat of vertegenwoordiger van een vakbond) worden gedaan.  

Alle zaken bij de sector bestuursrecht worden behandeld met toepassing van de Landelijke procesregeling bestuursrecht.  

Alvorens beroep in te kunnen stellen bij de sector bestuursrecht moet er in het algemeen eerst een bezwarenprocedure zijn gevolgd bij het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen. Het bestuursorgaan is in deze procedure verplicht het besluit te heroverwegen. Tegen het zogenoemde besluit op bezwaar kan binnen zes weken na bekendmaking ervan beroep worden ingesteld bij de sector bestuursrecht van de rechtbank. Het overschrijden van deze termijn leidt er in beginsel toe dat het beroep niet in behandeling zal worden genomen. Voor het instellen van beroep is griffierecht verschuldigd.  

Voorbeeld: de heer A. vraagt bij de gemeente B. hem een bouwvergunning te verlenen voor de bouw van een schuur. De gemeente B. wijst deze aanvraag af omdat deze in strijd is met het geldende bestemmingsplan. De heer A. dient tegen dit besluit een bezwaarschrift in. Nadat er een hoorzitting heeft plaatsgevonden verklaart de gemeente B. na heroverweging de bezwaren ongegrond. De heer A. dient binnen een zes weken een beroepschrift in bij de sector bestuursrecht. 

Het vragen van een voorlopige voorziening
In spoedeisende gevallen kan aan de rechtbank een zogenoemde voorlopige voorziening worden gevraagd. Dit wordt ook wel het bestuursrechtelijke kort geding genoemd. Voorwaarde daarbij is dat reeds een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan of een beroepschrift bij de rechtbank is ingediend.  

Voorbeeld: De heer C. heeft een bezwaarschrift ingediend tegen de aan zijn buurman A. verleende bouwvergunning voor de bouw van een uitbouw aan de woning. Buurman A. is reeds met de verbouwing gestart. C. kan nu aan de voorzieningenrechter van de rechtbank  vragen de bouwvergunning te schorsen.  

Hoger beroep
Vaak is het mogelijk om tegen de uitspraak van de rechter in hoger beroep te gaan. In de uitspraak van de rechter staat door wie, binnen welke termijn (zes weken) en bij welke administratieve rechter hoger beroep kan worden ingesteld (of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag, de Centrale Raad van Beroep in Utrecht of het Gerechtshof in Arnhem).  

Kosten en vergoeding
De indiener van het beroep in een bodemprocedure of een verzoekschrift tot het treffen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd. Als het beroep gegrond wordt verklaard of het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen zal de rechtbank cq. de voorzieningenrechter bepalen dat en door wie het betaalde griffierecht dient te worden vergoed.  

Het bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot het betalen van de proceskosten.  

In het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn deze kosten genoemd. Een natuurlijk persoon kan slechts in de kosten worden veroordeeld indien er sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht door hem.  

De rechtbank kan worden verzocht om een schadevergoeding toe te kennen in het geval het beroep gegrond wordt verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd.  

Zittingen
De zittingen vinden plaats in het gebouw Spoorstate aan de Hanzelaan 351 te Zwolle. De beroepszaken uit de provincie Flevoland worden in Lelystad behandeld.  

Meer informatie
De brochure "Bezwaar en beroep tegen een beslissing van de overheid" is verkrijgbaar bij de centrale informatiebalie in het gerechtsgebouw te Zwolle. Maar ook bij bureaus voor Rechtshulp en Postbus 51 Infolijn (telefoon 0800 8051, gratis) kunt u informatie opvragen.

Vragen die betrekking hebben op algemene of landelijke informatie zijn te vinden in het overzicht van veelgestelde vragen over de rechtspraak in Nederland.  

Wilt u meer weten over de rechtspraak in Nederland? Deze vraag kunt u stellen aan de afdeling voorlichting van de Raad voor de rechtspraak in 's-Gravenhage (voorlichting@rechtspraak.nl).

 Vreemdelingenzaken

Een vreemdelingenkamer is het onderdeel van de rechtbank dat zich uitsluitend bezighoudt met het behandelen van vreemdelingenrechtelijke geschillen. Formeel behandelt alleen de rechtbank 's-Gravenhage deze geschillen. De zittingen vinden echter niet alleen plaats in Den Haag, maar ook in de zogeheten nevenzittingsplaatsen. Vanaf april 2003 hadden alle negentien rechtbanken een vreemdelingenkamer, inmiddels is dat aantal teruggebracht tot 17.

Het gaat in hoofdzaak om geschillen over:

·         een verblijfsvergunning: heeft de Staatssecretaris van Justitie wel of niet terecht een verblijfsvergunning geweigerd? De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist namens de Staatssecretaris over verblijfsvergunningen en is voor de vreemdeling dan ook de wederpartij bij de rechtbank. Er kan daarbij een onderscheid worden gemaakt in:

1.   asielvergunningen: vreemdelingen, die in Nederland bescherming zoeken omdat zij in het land van herkomst vrezen voor vervolging zoals omschreven in het Vluchtelingenverdrag of daar dreigen te worden blootgesteld aan foltering of een onmenselijke of vernederende behandeling. Een specifiek type asielzaken wordt alleen door de vreemdelingensector in Zwolle (en Almelo) behandeld, de zogenoemde Dublinzaken: aanvragen van asielzoekers die elders in Europa al eerder asiel hebben aangevraagd of via een ander land Nederland zijn binnengekomen. Op basis van de Overeenkomst van Dublin of Verordening 343/2003 van de Raad van de Europese Unie wordt beoordeeld welk land verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag.

2.   reguliere vergunningen: alle andere redenen voor verblijf in Nederland, waaronder gezinshereniging, werk en studie.

·         opvang: krijgt iemand gedurende de procedure een dak boven zijn hoofd en zakgeld? Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) beslist hier over.

·         bewaring: mag een vreemdeling die niet in Nederland mag blijven met het oog op zijn uitzetting in vreemdelingenbewaring worden gesteld?

·         visum: krijgt de vreemdeling voor bijvoorbeeld bezoek aan familie een visum? Formeel is het de Minister van Buitenlandse Zaken die over deze aanvragen een besluit neemt.

Procedure
De verloopt in grote lijnen zoals bij de reguliere bestuursrechtzaken. De landelijke Ook in vreemdelingenzaken kan in spoedeisende gevallen een voorlopige voorziening worden gevraagd, bijvoorbeeld omdat de bezwaar- of beroepsprocedure niet in Nederland mag worden afgewacht of indien onmiddellijke verwijdering uit de opvang dreigt. De rechter kan dan in afwachting van de beslissing in bezwaar of beroep een tijdelijke beslissing nemen.

Een beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening kan worden ingediend bij het Centraal Intakebureau Vreemdelingenzaken (CIV) in Haarlem. Vanuit het CIV worden de zaken verdeeld over de verschillende zittingsplaatsen. Als een zaak wordt toebedeeld aan Zwolle, lopen de contacten over de procedure daarna ook via Zwolle. In beginsel wordt de zaak ter zitting behandeld, maar sommige zaken worden zonder zitting afgedaan. Is er een zitting dan doet de rechtbank bij beroepen binnen zes weken na de zitting uitspraak en bij bewaringsberoepen na één week. Hoger beroep is in bepaalde gevallen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mogelijk. De procedure kan door de vreemdeling zelf worden gevoerd, maar het is raadzaam dat hij of zij  zich laat bijstaan door een advocaat of een andere professionele rechtshulpverlener. Op de behandeling van vreemdelingenzaken zijn ook de de Landelijke procesregeling bestuursrecht  van toepassing.

Zittingen
De zittingen vinden plaats in gebouw Spoorstate, Hanzelaan 351 in Zwolle. Zaken over bewaring en zaken waarin de vreemdeling in bewaring zit, worden in het hoofdgebouw (Luttenbergstraat 5 in Zwolle) ter zitting behandeld. De zittingen zijn in de regel openbaar.  

Meer informatie
Meer informatie over de vreemdelingenkamers vindt u op de gezamenlijke pagina's van de vreemdelingenkamers.

 

 

 

 

 



 



Naar boven