|
Rechterlijke organisatie
De rechtspraak in Nederland is opgebouwd uit diverse instanties. Deze instanties zijn verspreid over allerlei locaties in Nederland. Er zijn negentien rechtbanken en vijf gerechtshoven en er is één Hoge Raad. Een zaak begint meestal bij de rechtbank. Als een van de partijen het oneens is met de uitspraak van de rechter, kan de zaak via een hoger beroep terechtkomen bij het gerechtshof en vervolgens door middel van cassatie bij de Hoge Raad. Zittende en staande magistratuur Het Openbaar Ministerie is de organisatie die strafbare feiten voor de rechter brengt. De leden van het Openbaar Ministerie voeren in de rechtszaal altijd staande het woord. Ze worden daarom staande magistratuur genoemd. De rechters blijven zitten als ze aan het woord zijn. Zij heten daarom de zittende magistratuur. Naast de rechtbanken, de gerechtshoven en de Hoge Raad zijn er nog enkele andere rechterlijke instanties. Dat zijn de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De eerste behandelt het hoger beroep in ambtenarenzaken en sociale zekerheidszaken, de tweede behandelt zaken op het terrein van het sociaal-economisch bestuursrecht. Ook de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt beroepszaken. Het gaat dan om bestuurszaken (zaken tegen de overheid). De Raad van State maakt echter geen deel uit van de rechterlijke organisatie. De Raad voor de rechtspraak vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. Hij behartigt het gemeenschappelijk belang van de gerechten naar buiten, draagt zorg voor gerechtsoverstijgende voorzieningen, houdt toezicht op bedrijfsvoering en financieel beheer en geeft voor zover nodig algemene aanwijzingen op het gebied van de bedrijfsvoering. De Raad is tegelijkertijd het aanspreekpunt voor en de woordvoerder van de rechtspraak in het politieke en maatschappelijke debat.
|