De strafrechter beoordeelt of iemand een strafbaar feit heeft gepleegd en daarvoor gestraft moet worden. Als het om relatief lichte feiten gaat waarvoor de officier van justitie voornemens is niet meer dan één jaar gevangenisstraf te vragen, behandelt één rechter de zaak, de politierechter. Zwaardere zaken worden behandeld door drie rechters.
Er zijn verschillende redenen om naar een zitting van een strafrechter te gaan. Op de volgende pagina's staat informatie voor verschillende doelgroepen: U moet terechtstaan, U bent getuige in een strafproces,
U bent slachtoffer.
Het dossier
De strafrechter moet drie vragen beantwoorden: is het feit "wettig en overtuigend" bewezen? is het feit strafbaar? is de dader strafbaar? Om deze vragen te kunnen beantwoorden, leest hij eerst het dossier. Daarin zitten alle belangrijke stukken die tijdens de opsporing zijn verzameld. Bijvoorbeeld het verhoor van een getuige of het rapport van een deskundige. We noemen deze stukken processen verbaal.
Uitspraak
Als de strafrechter naar iedereen heeft geluisterd en alle belangrijke stukken heeft bestudeerd, moet hij een beslissing nemen. De politierechter doet dat meestal meteen na de zitting. Als drie rechters de zaak behandelen, moeten zij er eerst samen over praten. Zij doen meestal na veertien dagen uitspraak. De uitspraak wordt schriftelijk vastgelegd. Een uitspraak van de rechtbank heet een vonnis.
Vrijspraak
De strafrechter kan verschillende beslissingen nemen. Als hij vindt dat niet kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, spreekt hij hem vrij. De zaak eindigt dan zonder veroordeling. De rechter kan een verdachte ook ontslaan van rechtsvervolging. Dat betekent dat wel kan worden bewezen dat het feit is begaan, maar dat dit feit of de dader om een of andere reden niet strafbaar zijn. Als iemand bijvoorbeeld een strafbaar feit pleegt uit overmacht of noodweer, wordt hij ontslagen van rechtsvervolging.
Niet-ontvankelijk
De rechter kan ook de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren. De verdachte krijgt dan geen straf. Niet-ontvankelijk zegt niets over de vraag of de verdachte schuldig of onschuldig is. Het betekent alleen dat het Openbaar Ministerie iemand niet had mogen vervolgen, bijvoorbeeld omdat het feit is verjaard, of omdat er tijdens de opsporing onherstelbare, ernstige fouten zijn gemaakt.
Straf of maatregel
Als de rechter vindt dat iemand schuldig is, legt hij een straf op. Er bestaan verschillende soorten straffen, zoals de taakstraf, de geldboete en de gevangenisstraf. In de wet staat bij elk strafbaar feit welke straf de rechter maximaal kan opleggen. Daarnaast bestaan maatregelen zoals het verbeurd verklaren van bepaalde goederen of de TBS (ter beschikking stelling). In dat laatste geval moet iemand zich laten behandelen in een kliniek, omdat hij niet helemaal toerekeningsvatbaar is. De rechter kan ook bepalen dat de dader een schadevergoeding moet betalen aan het slachtoffer.
Voorwaardelijk en onvoorwaardelijk
Iemand die een voorwaardelijke straf krijgt, moet zich voor een bepaalde periode aan bepaalde voorwaarden houden. Doet hij dat niet, dan krijgt hij alsnog zijn straf. Doet hij dat wel, dan komt de straf na een bepaalde periode te vervallen.
Als de rechter iemand onvoorwaardelijk straft, moet hij meteen de straf ondergaan. Hij moet dan zijn boete betalen, gaan werken of de gevangenis in.
Hoger beroep
De rechter oordeelt over de strafzaak. Dat heet een vonnis. Wie het niet eens is met de beslissing kan in hoger beroep. Dat betekent dat de rechters van een gerechtshof (die raadsheren worden genoemd) nog eens naar de zaak kijken.
Wie hoger beroep aantekent tegen een uitspraak van de rechter komt echter niet meer in alle gevallen vanzelfsprekend bij de hogere rechter. Dit is het gevolg van een wetswijziging die op 1 juli 2007 is ingegaan. Wanneer u hoger beroep heeft aangetekend, kunt u daaropvolgend uw bezwaar tegen een vonnis en/of redenen voor het instellen van hoger beroep kenbaar maken. U kunt dit doen met gebruikmaking van een grievenformulier.
In een aantal gevallen wordt het ingestelde hoger beroep slechts aanhangig gemaakt en behandeld indien dit naar het oordeel van de voorzitter van het gerechtshof in het belang van een goede rechtsbedeling is vereist. De voorzitter van het gerechtshof vormt dit oordeel niet op een zitting, maar uitsluitend op basis van de stukken. Wanneer de voorzitter van het gerechtshof oordeelt dat een zaak in hoger beroep niet zal worden behandeld, kan daartegen geen bezwaar meer worden gemaakt en is de zaak onherroepelijk.
Wanneer een zaak in hoger beroep wel wordt behandeld, zal het gerechtshof uitspraak doen. De uitspraak van het gerechtshof wordt arrest genoemd. Wie het niet eens is met deze uitspraak, kan behoudens een enkele uitzondering in cassatie gaan bij de Hoge Raad.
Brochures en links
Rechtspraak in Nederland
U wordt verdacht
U moet terechtstaan
U werd veroordeeld
www.justitie.nl
www.openbaarministerie.nl
Een voorbeeld
In de vernieling