DCSIMG

 
loading readspeaker...

Hof Den Haag gelast beperkt getuigenverhoor in zaak Alphens schietincident

Den Haag ,

Het gerechtshof in Den Haag heeft op 6 november 2012 in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak, waarin twee slachtoffers van het schietincident te Alpen aan den Rijn hebben verzocht een voorlopig getuigenverhoor te houden. Zij willen door het horen van getuigen kunnen beoordelen of zij bepaalde partijen voor de door hen geleden schade aansprakelijk kunnen stellen. Het gerechtshof heeft dat verzoek voor een deel toegewezen.

Op  9 april 2011 heeft zich te Alphen aan den Rijn een schietincident in en rond winkelcentrum de Ridderhof  voorgedaan. Daarbij heeft Tristan van der V. door het afschieten van in zijn bezit zijnde vuurwapens zeven personen (waaronder zichzelf) gedood en zestien anderen verwond. Twee slachtoffers van het schietincident (hierna: verzoekers) hebben een verzoek ingediend tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Door het houden van een voorlopig getuigenverhoor kunnen personen als verzoekers, nog voordat een procedure aanhangig is, nagaan of er voldoende bewijs is om een of meer partijen voor de geleden schade aansprakelijk te stellen.

De verzoekers hebben het voornemen de Staat, de ouders van Tristan van der V., een GGZ-instelling, een medeverdachte, een schietvereniging en de Politie Hollands-Midden tot het betalen van schadevergoeding aan te spreken voor hun rol in het (niet voorkomen van het) schietincident. Verzoekers willen daartoe de volgende getuigen horen: de minister van Veiligheid en Justitie, de vader van Tristan van der V., een directeur van de GGZ-instelling, de medeverdachte, de voorzitter van de schietvereniging, de Korpschef van de Politie Hollands-Midden, een hoogleraar informatietechnologie en verzoekers zelf.

De rechtbank had het verzoek in zijn geheel afgewezen. De rechtbank was het eens met het verweer dat al zoveel onderzoek was gedaan naar het schietincident, dat het horen van getuigen niet nodig is voor de beoordeling van de bewijspositie van verzoekers. Het hof is in hoger beroep tot een andere beslissing gekomen, omdat het van oordeel is dat de bedoelde onderzoeken niet gericht zijn geweest op het vaststellen van aansprakelijkheid en verzoekers daarbij ook geen rol hebben kunnen spelen. Het hof heeft in hoger beroep dan ook het horen van een beperkt aantal getuigen toegestaan, namelijk: de vader van Tristan van der V., de medeverdachte, de voorzitter van de schietvereniging en de twee slachtoffers zelf. Het verzoek tot het horen van de overige getuigen heeft het hof afgewezen, in hoofdzaak omdat deze getuigen niet uit eigen wetenschap omtrent het incident zullen kunnen verklaren.

Het voorlopig getuigenverhoor waarin deze getuigen zullen worden gehoord zal plaatsvinden bij de Rechtbank Den Haag.

Uitspraken: BY2048