DCSIMG

 

Advies advocaat-generaal in zaken betreffende ‘Srebrenica’

Den Haag ,

Pagina-inhoud

Op 3 mei 2013 heeft de advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. P. Vlas conclusie genomen in zaak 12/03324 (de Staat der Nederlanden tegen Hasan Nuhanović) en in de parallelle zaak 12/03329 (de Staat der Nederlanden tegen Mustafić c.s.).

Achtergrond


Beide zaken hebben betrekking op de gevolgen van de val van de enclave Srebrenica op 11 juli 1995. In zaak 12/03324 is de Staat aansprakelijk gesteld voor de dood van de vader en de broer van de voor Dutchbat werkzame tolk Hasan Nuhanović, die na de val van de enclave hun toevlucht hadden gezocht op de compound van Dutchbat te Potočári. In zaak 12/03329 is de Staat aansprakelijk gesteld voor de dood van Rizo Mustafić die als elektricien werkzaam was voor Dutchbat en na de val van de enclave met zijn gezin toevlucht had gezocht op de compound.

Procedure bij hof en Hoge Raad


In beide zaken heeft het hof ’s-Gravenhage beslist dat de Staat aansprakelijk is, omdat het handelen van Dutchbat moet worden aangemerkt als het handelen van de Staat, nu de Staat over Dutchbat de effectieve controle uitoefende. Volgens het hof is sprake van schending van  fundamentele mensenrechten (recht op leven en verbod op onmenselijke behandeling) en is de Staat daarvoor aansprakelijk.
De Staat heeft in beide zaken beroep in cassatie ingesteld.

De conclusie van de advocaat-generaal


De advocaat-generaal heeft de Hoge Raad geadviseerd in beide zaken het cassatieberoep van de Staat te verwerpen. Volgens de advocaat-generaal dient het handelen van Dutchbat als eigen handelen van de Staat te worden beschouwd en is daarom de Staat op grond van het internationale recht aansprakelijk. Nu het operationele bevel (‘command and control’) over Dutchbat in het kader van de VN-vredesoperatie in Srebrenica was overgedragen aan de VN, had het hof echter niet in het midden mogen laten of de VN ook daadwerkelijk effectieve controle over Dutchbat in de dagen direct volgend op de val van de enclave uitoefende. Toch kan het oordeel van het hof in stand blijven, omdat uit de feiten onomstotelijk vaststaat dat de VN in de dagen direct volgend op de val van de enclave geen effectieve controle uitoefende en Dutchbat er alleen voor stond. In die omstandigheden is het handelen van Dutchbat, waarbij Dutchbat als orgaan van de Staat geldt, eigen handelen van de Staat. Volgens de advocaat-generaal oefende de Staat wat betreft de werking van de mensenrechten rechtsmacht uit over de compound, omdat Dutchbat aldaar bevoegd was op te treden en de betrokkenen waarover het hof moest oordelen hun toevlucht tot de compound hadden gezocht

Verdere gang van zaken


De zaak is verwezen naar de rol van 6 september 2013. Voorlopig is de uitspraak van de Hoge Raad bepaald op die datum.

Ten slotte


Een conclusie is een rechtsgeleerd advies aan de Hoge Raad. De advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie. Het parket bij de Hoge Raad kan zich over een door de Hoge Raad te beoordelen zaak niet anders uitlaten dan in het kader van de conclusie en is dan ook niet in de gelegenheid tot het geven van nader commentaar.

Zie voor de volledige tekst van de conclusie in de zaak:
- 12/03324 (LJN BZ9225)
- 12/03329 (LJN BZ9228)