Veroordeling in 'Udense kofferbakmoord' blijft in stand 

Den Haag  , 17-1-2012 

De Hoge Raad laat de veroordeling van de verdachte in de zogenoemde Udense kofferbakmoord in stand.

Achtergrond

Een 46-jarige vrouw uit Uden wordt vanaf 1 juli 2006 vermist. Haar stoffelijk overschot wordt gevonden in de kofferbak van de auto van de verdachte J.J. L., de echtgenoot van de vrouw. Hij werd in Duitsland aangehouden. De man had het stoffelijk overschot opgehaald in de Ardennen waar hij het enige maanden eerder had achtergelaten. Het slachtoffer bleek door het hoofd te zijn geschoten.

Procedure bij rechtbank, hof en Hoge Raad

De rechtbank Den Bosch veroordeelde verdachte op 19 oktober 2007 voor moord en het wegmaken van een lijk tot een gevangenisstraf van 18 jaar (LJN BB5895).

Het hof Den Bosch veroordeelde de man voor dezelfde misdrijven als de rechtbank, tot een gevangenisstraf van 20 jaar (LJN BM2783).

Namens verdachte is cassatieberoep ingesteld door mr. R.J. Baumgardt, advocaat in Spijkenisse.

Advocaat-generaal Machielse adviseerde de Hoge Raad op 4 oktober 2011 het cassatieberoep te verwerpen.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad verwerpt de meeste klachten van de verdachte met een zogenoemde verkorte motivering als bedoeld in art. 81RO. Dat is een standaardmotivering die inhoudt dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is. Dit omdat geen rechtsvragen aan de orde zijn gesteld die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt de klacht dat het hof de straf niet goed heeft gemotiveerd. In het bijzonder gaat het er om dat het hof, hoewel er een wettelijk beletsel is een verdachte te vervolgen voor het wegmaken van sporen van zijn daad, toch het verwijderen van sporen bij het bepalen van de straf heeft betrokken. De Hoge Raad verwerpt deze klacht. Het hof mocht bij het bepalen van de straf rekening houden met omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd.

Wegens overschrijding van de redelijke termijn heeft de Hoge Raad de straf verminderd tot 19 jaar en 7 maanden.

Gevolg van deze uitspraak

De door het hof opgelegde gevangenisstraf wordt verminderd tot 19 jaar en 7 maanden. Voor het overige is de uitspraak van het hof definitief geworden.

Dit is een samenvatting van de uitspraken van de Hoge Raad van 17 januari 2012. Bij verschil tussen deze samenvatting en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Den Haag, 17 januari 2012
Mireille Beentjes, woordvoerder/communicatieadviseur
Tel. 070-3611237

Uitspraken: BT6553