Wetenschappelijk bureau 

De raadsheren van de Hoge Raad en de advocaten-generaal (AG's) van het parket bij de Hoge Raad worden in hun werkzaamheden ondersteund door het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad. De ondersteuning door het wetenschappelijk bureau (WB) bestaat uit het verrichten van dossieranalyse, het verzamelen van relevante literatuur en -jurisprudentie en het voorbereiden van conclusies of arresten. Een wetenschappelijk medewerker werkt voor de raad óf voor het parket.

Werken voor het parket

In principe wordt iedere AG ondersteund door drie medewerkers bij het voorbereiden en schrijven van zijn of haar conclusies. De medewerker bestudeert het dossier en maakt een analyse van waar de zaak - in cassatie - om draait. Als helder is welke (rechts)vragen moeten worden beantwoord, volgt het onderzoek, waarbij (vak)literatuur, jurisprudentie en de wetgeschiedenis worden geraadpleegd. Hiertoe heeft de medewerker toegang tot een reeks van databanken en de zeer uitgebreide collectie vakliteratuur van de bibliotheek van de Hoge Raad. Relevante literatuur die niet bij de Hoge Raad beschikbaar is, kan door de bibliotheek extern worden opgevraagd. De resultaten van het onderzoek worden verwerkt in een nota die het uitgangspunt voor de conclusie vormt. Hierin wordt veelal eerst een overzicht gegeven van de - door de feitenrechter vastgestelde - feiten, gevolgd door een weergave van het procesverloop en het in cassatie bestreden oordeel. Vervolgens wordt uiteengezet wat het geschil in cassatie is en volgt een omschrijving van het wettelijk kader en de bespreking en beoordeling van de cassatieklachten. Tijdens het schrijven van de nota kan de medewerker te rade gaan bij 'zijn’ AG, net zoals de AG bij het opstellen van zijn conclusie met zijn medewerker kan overleggen.

Civiele- en strafzaken die bij het parket binnenkomen worden door één van de AG’s van de civiele- respectievelijke de strafsectie - verdeeld over de AG’s van die sectie. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de specialismen van de betrokken AG’s en worden 'lichte' en 'zware' zaken eerlijk verdeeld. Omdat het belastingrecht zich eenvoudig laat indelen naar belastingsoort, zoals bijvoorbeeld vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting en omzetbelasting (btw) - zijn de werkzaamheden van de fiscale AG’s naar belastingsoort verdeeld. Elk van de vijf fiscale AG’s heeft een portefeuille die enkele belastingsoorten omvat.

Anders dan in civiele- en strafzaken heeft het parket in belastingzaken niet de verplichting, maar de bevoegdheid om conclusies te nemen. De fiscale AG’s mogen daarom zelf de zaken selecteren waarin wordt geconcludeerd. Een belangrijke - en leuke taak - van de medewerkers van het fiscale parket is om alle ingekomen zaken te beoordelen en hun AG te adviseren om al dan niet in een zaak te concluderen. Dit gebeurt aan de hand van een beoordeling van het zogenoemde vierluik: het cassatieberoepschrift, het verweerschrift, de uitspraak van het gerechtshof en de uitspraak van de rechtbank. Soms wordt een zaak zonder conclusie naar de raad doorgezonden, maar wenst de raad toch een conclusie. In zo’n geval kan de raad het parket verzoeken alsnog te concluderen, aan welk verzoek het parket in de regel zal voldoen.

Werken voor de raad

Zodra een zaak (al dan niet na conclusie) klaar is om te worden voorgelegd aan de raad, zal de administratie van de civiele-, straf- of belastingkamer de zaak indelen. Afhankelijk van het soort zaak, wordt deze toegewezen aan een kamer met een zetel van drie of vijf raadsheren. De raadsheren aan wie een zaak is toegewezen worden tezamen ook wel aangeduid als ‘de zetel’. Eén lid van de zetel wordt aangewezen als rapporteur. De taak van de rapporteur is om een concept-arrest en een notitie op te stellen. Dit concept-arrest vormt de basis tijdens de besprekingen in de raadkamer, waar het definitieve arrest tot stand komt. Elke kamer heeft op een vaste dag in de week zijn eigen raadkamer. Dan worden de concept-arresten besproken. Zelden wordt een concept-arrest ongewijzigd vastgesteld en tot arrest verheven, meestal gaan aan de definitieve vaststelling meerdere wijzigingsrondes en evenzoveel besprekingen in de raadkamer vooraf.

De raadsheren worden in hun werkzaamheden bijgestaan door medewerkers van het WB. Bij de straf- en fiscale sectie heeft iedere raadsheer in beginsel één medewerker tot zijn beschikking. Bij de civiele sectie is dit anders, daar is slechts een tweetal ervaren medewerkers werkzaam voor de raad. De medewerkers voor de raad verrichten vergelijkbaar onderzoek als de medewerkers voor het parket, hoewel hun onderzoek nauwer gebonden is aan het cassatieberoepschrift en de daarin gestelde cassatiemiddelen.

Hoewel alle medewerkers voor de raad bij de beraadslagingen over de door hen voorbereide zaken in ‘hun’ raadkamer aanwezig mogen zijn, kunnen de medewerkers van de belastingkamer - anders dan de medewerkers van de civiele- en strafsectie - ook aangewezen worden als medewerker-rapporteur. Dit betekent dat zij hun concept, na overleg met hun raadsheer, in de raadkamer mogen toelichten.