DCSIMG

 

Rechtstreeks 2009

Pagina-inhoud

Rechtspraaklezing 2009. Transparantie en Rechtspraak: kennis delen met de samenleving

 Rechtspraaklezing 2009. Transparantie en Rechtspraak: kennis delen met de samenleving

‘U zit als Rechtspraak op goud, maar daarover horen wij u niet’, aldus Saskia J. Stuiveling, President van de Algemene Rekenkamer, in haar Rechtspraaklezing die zij op 4 november jongstleden in het gebouw van de Raad van de rechtspraak hield. Startpunt van haar betoog was het onderscheid tussen rechters als collectief en de Rechtspraak — de Hoofdletterrechtspraak — als instituut.

Met instemming citeerde zij de woorden van de huidige president van de Hoge Raad, mr. G. Corstens, die in zijn installatierede onomwonden stelde dat rechters ‘in zekere zin’ niets (moeten) willen. Niets anders dan elke dag weer vers en fris tegen de hem of haar voorgelegde feiten en argumenten aan kijken en op basis daarvan beslissen. Maar de Rechtspraak moet wel degelijk iets willen; moet in de samenleving te horen zijn omwille van de effectiviteit van het recht. In die rol moet volgens Stuiveling de ‘jonge’ Raad nog groeien (en ook de tijd daarvoor van de samenleving krijgen).

Ter illustratie zoomde de spreekster in op doelstelling 4 van de Agenda van de rechtspraak 2008-2011: Rechtspraak in de samenleving. In dat verband wees zij op de schat aan kennis die rechters hebben over ontwikkelingen in de samenleving op basis van hun specifieke bemoeienis met de gevolgen ervan. Die kennis moet gedeeld worden! Voorbeelden van instituten die deze rol actief hebben geagendeerd zijn er ten overvloede; ze wees op de internationale Rekenkamer gemeenschap INTOSAI, de World Health Organization (WHO) en het Koninklijk Instituut van Register Accountants (NIVRA).

Ter visualisering hield Stuiveling de aanwezigen twee beeldlogo’s voor. Het klassieke beeld van Vrouwe Justitia als rechtspraaklogo en de nieuwe op de kaft van het nieuwe SSR-programma pront poserende dame als icoon voor de Rechtspraak.

Kansrekening en strafrechtspraak: fouten bij beslissen onder onzekerheid

 Kansrekening en strafrechtspraak: fouten bij beslissen onder onzekerheid (2009 - nr. 4)

Rekenen volgens de Zwolse schoolmeester Bartjens kunnen we allemaal. Maar rekenen volgens de principes van de Londense dominee Bayes is een ander verhaal; dat hebben de meeste strafrechters (en zij niet alleen) niet onder de knie. Rechters, maar ook artsen en ondernemers moeten beslissen onder onzekerheid en juist in die situaties beoogt de Bayessiaanse statistiek een handvat te bieden om het anker voor de beslissing met zo groot mogelijke zekerheid te vinden. Voor strafrechters gaat het erom vast te stellen hoe groot de kans is dat de verdachte het feit gepleegd heeft daarbij expliciet ook rekening houdend met de kans dat hij of zij het feit niet gepleegd heeft. Wanneer is de kans tot terechte veroordeling groot genoeg?

In dit nummer van Rechtstreeks worden de regels maar meer nog de noodzaak van de Bayessiaanse benadering binnen het strafrecht toegelicht. Dat doen de auteurs aan de hand van de uitkomsten van een uitgebreid experimenteel onderzoek. De vraag daarbij was in welke mate hoogopgeleide, maar niet specifiek in de toepasselijke statistiek geschoolde mensen in staat zijn op juiste wijze om te gaan met bewijs waarvan de inherente onzekerheid volledig is gekwantificeerd. Anders gezegd: in welke mate leiden hun beslissingen tot fouten, zijn die fouten ernstig en valt er systeem te onderkennen in de fouten? De proefpersonen waren studenten economie, natuurwetenschap, sociale wetenschap (vooral psychologen) en rechten. Die variatie in scholing diende ertoe na te gaan of de aard van de genoten scholing bij het beslissingsgedrag een rol speelt. Om de betekenis van de uitkomsten voor met name de rechtspraak in praktijk zo goed mogelijk te benaderen zijn de experimenten ook nog eens herhaald met rechters in opleiding (raio’s).

Het onderzoek bestond uit twee delen met dezelfde proefpersonen. In het eerste deel moesten de deelnemers in dertig fictieve zaken op basis van informatie uit eveneens gefingeerd opsporingsonderzoek beslissen over al dan niet veroordelen. In het tweede deel konden de proefpersonen extra informatie ‘kopen’ om tot een beslissing te komen. Zoals in experimenten gebruikelijk konden de proefpersonen punten ‘verdienen’ die hen toegekend werden op basis van de (on)juistheid van beslissingen en de hoeveelheid informatie die ze gekocht hadden.

Het resultaat van het eerste experiment was dat er te veel verdachten veroordeeld werden; in moeilijke zaken werden ernstige fouten gemaakt. De oorzaak ligt niet bij een te hoge kans op schuld maar in het klaarblijkelijke feit dat men niet op rationele gronden de beslissing neemt. Studenten rechten scoorden significant slechter dan de andere studenten; de raio’s deden het niet beter dan de rechtenstudenten.

De uitkomst van het tweede experiment laat zien dat grofweg de helft van de betrokkenen (53 procent) te snel stopt met informatieverzameling, 29 procent stopt op tijd en 19 procent blijft te lang doorgaan. Hierbij bleek de aard van de scholing niet van betekenis.

De resultaten wijzen op de wenselijkheid van statistische ondersteuning bij beslissen onder onzekerheid. Daaraan doet niet af het feit dat de praktijk van de strafrechtspraak veel vaker ‘eenvoudige’ gevallen behelst dan in het experiment werden gebezigd.

Sonnemans, Joep and Frans van Dijk

'Errors in judicial decisions: experimental evidence', Journal of Law, Economics, and Organization

In criminal cases the task of the judge is foremost to transform the uncertainty about the facts into the certainty of the verdict. An extensive literature shows that people deviate from rationality when dealing with probability. It seems therefore unavoidable that in difficult criminal cases miscarriages of justice occur, but this is hard to study in the field.

In a laboratory experiment we examine the relationship between evidence of which the diagnostic value is known, subjective probability of guilt and errors in verdicts for abstract criminal cases. We look at two situations: (1) all evidence is given and (2) evidence can be acquired. In both situations verdicts are inaccurate.

For given evidence, errors are biased towards the most serious type, unfounded conviction. In the situation where evidence can be acquired, participants do not acquire enough which results in many mistakes, evenly divided over unfounded convictions and unfounded acquittals. We suggest ways to reduce error.

 

Meesterlijk gedrag: leren van compareren

Meesterlijk gedrag: leren van compareren (2009 - nr.3)

Communicatievaardigheden, ze horen vandaag de dag bij een rechter als de Gamma bij de knutselaar: ‘je kan niet zonder’; ‘dat zeg ik’. Ze bepalen zowel het verloop als de afloop van een zitting, zo is de achterliggende veronderstelling. Of procespartijen de zaal verlaten met het gevoel dat hen recht gedaan is, omdat ze in elk geval hun verhaal kwijt konden, alle benodigde informatie kregen zodat ze wisten hoe de gang van zaken zou zijn en met respect behandeld waren: dit alles wordt sterk beïnvloed door het communicatiegedrag van de rechter. Of er al dan niet een schikking bereikt wordt zonder dat een van beide partijen het resultaat als een ‘dwangschikking’ ervaart, ook dat zal in belangrijke mate afhangen van de vaardigheid van de rechter. Dat waren de veronderstellingen die opkwamen na lezing van het onderzoek naar de praktijk van comparitie na antwoordzittingen: Zitten, luisteren en schikken (Van der Linden, 2008).

Veronderstellingen dienen echter op hun werkelijkheidswaarde getoetst te worden; is het wel zo?  Doet het gedrag van de rechter ertoe? Die vraag wordt in het derde nummer van Rechtstreeks beantwoord op basis van het materiaal van het hierboven genoemde onderzoek. Dat is gedaan door  na te gaan of waargenomen gedrag — het al of niet door de rechter onderbreken van het verhaal van partijen, het al of niet door de rechter samenvatten van standpunten, het al of niet geven van een voorlopig oordeel — samenhangt met het al dan niet bereiken van een schikking ‘zonder dwang’ enerzijds en met de procesbeleving door partijen anderzijds. Natuurlijk is daarbij ook gelet op de betekenis van andere factoren zoals de persoon van de rechter, de zaak waarom het gaat en — voor zover mogelijk — het verschil tussen gerechten.

Het resultaat? De afloop van de procedure, in dit geval het al dan niet bereiken van een ‘echte’ schikking, wordt vooral bepaald door kenmerken van de zaak, minder door het gedrag van de rechter. Voor de beleving van de procedure geldt echter wel dat het meesterlijk gedrag van primaire betekenis is.

Bijlage bij Rechtstreeks 2009-3: statistische analyses

Alledaagse rechtspraak: een pragmatische kijk op oordeelsvorming

Alledaagse rechtspraak: een pragmatische kijk op oordeelsvorming

Meer dan 80 procent van de zaken die bij de civiele rechter worden aangebracht heeft een min of meer alledaags karakter. Rechtwetenschappers en media hebben daar geen aandacht voor. In dit nummer aandacht voor de vraag waarom wetenschappers en anderen hun kostbare tijd zouden besteden aan zaken die in de regel vlekkeloos verlopen?

Rogier Hartendorp, rechter in opleiding bij de rechtbank Utrecht, laat in dit nummer van Rechtstreeks zien dat de problemen die de rechter voorgelegd krijgt vaak emotioneel, dubbelzinnig, conflictueus, onbepaald en onvoorspelbaar zijn. De interpretatie van de rechtsregels is verre van eenvoudig en de rechter kan het zich niet permitteren twijfel te laten bestaan in diens uitspraak. Het vergt kortom volgens Hartendorp een groot vakmanschap om daar binnen de toebemeten tijd goed uit te komen.
Dat vakmanschap wordt volgens de auteur ten onrechte vaak opgevat als de vaardigheid om bestaande regels toe te passen op de voorgelegde situaties waarbij rechtspreken vooral een intellectuele bezigheid wordt. Het achterliggende gedachtegoed van dit model is het rationalisme dat geworteld is in de denkwijze van Kant en Descartes. Daartegenover staat de traditie van de praktische rede en de hermeneutiek; een denkwijze waaraan de namen van Scholten en Wendel Holmes verbonden zijn.
De kern van de rechterlijke professionaliteit ligt in hoge mate in het effectief kunnen opereren in concrete, onvolmaakte en soms emotionele situaties waarop de ratio doorgaans weinig vat heeft. De kennis die een rechter in dergelijke situaties aanwendt, is geen algemene, abstracte kennis die hij toepast op een concreet geval, maar kennis van een ander karakter. Veel van de dimensies die bij de toepassing van deze andere vorm van kennis een rol spelen, kunnen maar ten dele onder woorden worden gebracht, maar zijn daardoor niet minder belangrijk.

Na detentie: de gevolgen van rechtspraak

Na detentie: de gevolgen van rechtspraak (2009 - nr. 1)

Erratum

In het nummer is helaas de bronvermelding van Figuur 1 weggevallen. De informatie van Figuur 1 komt uit de volgende bron: Tonry. M. & Bijleveld, C. (2007). Crime, Criminal Justice, and Criminology in the Netherlands. In: M. Tonry & C. Bijleveld (eds.). Crime and Justice: A Review of Research, Vol. 35. Chicago: University of Chicago Press, 1-30

Hoewel de vrijheidsstraf in ons land eerder uitzondering dan regel is, heeft zich tussen 1975 en 2005 toch een enorme toename voorgedaan in de frequentie waarin deze straf werd opgelegd door de rechter. In 1975 telde ons land 35 gedetineerden per 100.000 inwoners, in 2005 waren dat er meer dan 150. (Terzijde: sindsdien is weer een daling opgetreden tot 116). Geen ander land in Europa kende zo’n stijging. Dat zegt uiteraard iets over ons strafklimaat; de wijze waarop we denken op het ernstig normoverschrijdend gedrag te moeten reageren. Is die reactie een doeltreffende? Dat is in feite de vraag die in dit nummer aan de orde komt.
De gevangenisstraf kent op papier verschillende doelen; wat de daders zelf betreft, staat de specifieke preventie voorop. Preventie is daarbij gericht op insluiting, voorkoming van herhaling na vrijlating en op resocialisatie. Vooral de recidive trekt de publieke belangstelling. Helpt gevangenisstraf in dat opzicht? Een betrouwbaar antwoord op die vraag valt, aldus de auteurs, niet te geven omdat het beschikbare onderzoek methodisch te zwak is.
Weten we dus weinig over de beoogde effecten, er zijn ook niet-beoogde effecten, met name die op de leefsituatie van de partners dan wel kinderen van gedetineerden. Ook die moeten bij een beoordeling van het nut van deze straf in ogenschouw genomen worden. Ook op dit punt biedt het beschikbare onderzoek nagenoeg geen aanknopingspunt voor betrouwbare uitspraken.

Al met al concluderen de auteurs dat rechters zich in een zeer oncomfortabele positie bevinden in deze, omdat de wetenschap hen in feite in de steek laat. Hoog tijd dus voor een methodisch verantwoorde langlopende studie naar de effecten van de gevangenis op de levensloop van gedetineerden en hun naasten.

PDF-bestanden op deze pagina kunt u openen met bijvoorbeeld het gratis programma Adobe Acrobat Reader.

Cover van Rechtstreeks
Rechtstreeks is een uitgave van de Raad voor de rechtspraak en richt zich op de praktijk en de ontwikkeling van de rechtspraak in Nederland. Het blad stelt zich ten doel wetenschappelijke inzichten en bijdragen aan het publieke debat over de rechtspraak ter kennis te brengen van allen die beroepshalve bij de rechtspraak betrokken zijn.