De rechtbank Arnhem heeft vandaag een 20-jarige inwoner uit Wamel veroordeeld tot een geldboete van 1000 euro en een voorwaardelijke rijontzegging voor de duur van 3 maanden. De man had tijdens een inhaalmanoeuvre een tegenligger over het hoofd gezien. Bij de daaropvolgende niet meer te vermijden aanrijding raakte de bestuurster van de tegenligger gewond. De man wordt verweten dat hij, voordat hij ging inhalen, onvoldoende heeft gekeken of er tegenliggers waren. Het verweer van de man dat hij werd verblind door de zon wordt door de rechtbank verworpen, nu gelet op de rijrichting en het tijdstip van de aanrijding de zon links schuin achter de man moet hebben gestaan en verblinding daarom niet aannemelijk is. Bovendien had de man, indien wel zou zijn aangenomen dat hij, zoals hij zegt, was verblind door de zon, nog voorzichtiger moeten zijn bij het inhalen en had hij, anders dan hij heeft gedaan, in ieder geval een zonnebril moeten dragen of andere voorzorgsmaatregelen moeten nemen.
In tegenstelling tot de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er wel sprake is van zodanig letsel bij het slachtoffer dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. De rechtbank acht gelet op haar verklaring tijdens de zitting en een medische verklaring in het dossier aannemelijk dat zij haar hand zodanig heeft geblesseerd dat daardoor vijf weken gips en een operatie noodzakelijk waren. Dit belemmerde haar onder meer in haar werk als administratief medewerkster en het besturen van een auto. Om die reden heeft de rechtbank een hogere straf opgelegd dan geƫist door de officier van justitie.