DCSIMG

 

Rechter: dragen van enkelband is nuttige ervaring

Den Haag ,

Pagina-inhoud

“Doordat ik een week lang zelf een enkelband heb gedragen, zal ik dit middel vaker overwegen als ik een beslissing neem over het schorsen van de voorlopige hechtenis van een verdachte. Met een enkelband kun je beter controleren of een verdachte de voorwaarde van een schorsing naleeft. Het biedt de mogelijkheid tot maatwerk: slachtoffers kunnen worden beschermd en verdachten kan het helpen hun leven enigszins op orde te houden.”

Dat zegt Martijn Harms, rechter-commissaris (RC) in de rechtbank Den Haag. Harms droeg de afgelopen week, net als collega-RC Yolande Wijnnobel, een enkelband. Vanmorgen werden de enkelbanden van Harms en Wijnnobel losgeknipt.

 

Reclasseringen verwijdert de enkelbanden bij Haagse rechters

Het losknippen van de enkelbanden. [foto rechtbank Den Haag]

De enkelband beperkte hun bewegingsvrijheid: van 19 uur ’s avonds tot 7 uur ’s morgens moesten zij thuis blijven. Overdag werkten zij in het Haagse Paleis van Justitie. Daarnaast gold voor Harms nog dat het centrum van zijn woonplaats Leiden, met een straal van 5 kilometer daaromheen, niet-toegestaan gebied was.  

Reclassering

De Haagse RC’s droegen de enkelband op verzoek van de reclassering  om te ervaren of een enkelband ingezet kan worden als voorwaarde bij het schorsen van een voorlopige hechtenis, zegt Harms. Verdachten van strafbaren feiten worden, als de Officier van Justitie wilt dat ze tot aan hun strafzaak vast komen te zitten, altijd eerst voorgeleid aan de RC. Die bepaalt of mensen in vrijheid hun rechtszaak mogen afwachten of in voorlopige hechtenis moeten. Als de RC oordeelt dat iemands voorlopige hechtenis geschorst wordt, kunnen er beperkende maatregelen worden opgelegd zoals een straatverbod, een verplichte behandeling of het dragen van een enkelband.  “Over het gebruik van de enkelband was bij mij veel onbekend”, aldus Harms. “Kan je met zo’n band douchen, wat is er allemaal voor nodig, hoe snel kan iemand een enkelband om hebben, et cetera. Als je het een keer van nabij hebt meegemaakt, zijn die vragen weg.”

Uitgaansgeweld

Harms wijst op het voorbeeld van uitgaansgeweld. Als iemand daarvan wordt verdacht, kan het verstandig zijn - als er herhalingsgevaar bestaat - de verdachte uit de buurt te houden van uitgaansgebieden. Een RC kan een verdachte dan ter preventie laten opsluiten, maar als iemand een baan heeft, raakt hij die waarschijnlijk kwijt. Daardoor gaat zijn leven nog verder uit de pas lopen. Iemand is immers nog verdachte en nog geen dader. Met een enkelband kan je regelen dat iemand in zo'n situatie overdag naar zijn werk kan en vanaf een bepaald tijdstip verplicht thuis is. Dat is te controleren op afstand. Zodra iemand niet is waar hij moet zijn, gaat er een signaal naar de meldkamer. Harms: “Nu leggen we in een dergelijk geval bijvoorbeeld een straatverbod op. Maar het is voor de politie onmogelijk om voortdurend in de gaten houden of dat verbod niet overtreden wordt.”

Impact

Harms, terugkijkend op de week waarin hij ’s avonds aan huis gekluisterd was: “Zo’n enkelband heeft flinke impact. Natuurlijk krijg je hem niet zomaar om, dus het is ook terecht dat je er last van hebt, maar je hoort soms mensen zeggen dat het een soft middel is. Dat vind ik wel meevallen. Het is minder erg dan in de gevangenis zitten, maar het  beperkt je leven wel. Ik wilde ’s avonds de planten water geven in de tuin: mag niet. M’n fiets stond nog buiten: kon ik niet in de schuur zetten. Naar de sportclub: nee dus. Een dvd terugbrengen naar de videotheek in het centrum: niet toegestaan. Het kastje in de huiskamer, nodig voor de enkelband, mocht niet aangeraakt worden door m’n kinderen van 3 en 4 jaar: dat levert stress op. Ik merkte dat ik geïrriteerd raakte. Ook is het een rare gewaarwording dat je beseft dat je op afstand wordt gevolgd. Reclassering wist mij feilloos te vertellen hoe ik op een dag naar mijn werk fietste en waar ik allemaal gepauzeerd had.  Maar goed: de belangrijkste ervaring is dat een enkelband ons kan helpen bij het leveren van maatwerk bij het schorsen van de voorlopige hechtenis van een verdachte. In het belang van slachtoffers, maatschappij en verdachten.”