DCSIMG

 

Uitspraak zaak Orde der Transformanten

Rotterdam ,

Pagina-inhoud

Vandaag heeft de rechtbank te Rotterdam twee mannen vrijgesproken van betrokkenheid bij de aanslag op een zakenman in de Prinses Julianalaan te Rotterdam op 2 augustus 2008. De verdachten zijn aangehouden nadat het slachtoffer verklaarde dat de Orde der Transformanten achter de aanslag zou zitten. De verdachten zijn lid van deze Orde der Transformanten. Op één van de vier zittingsdagen is de aangever ter terechtzitting gehoord.

In de uitspraak wordt op hoofdlijnen aandacht besteed aan de volgende punten:

  • de niet-ontvankelijkheidsverweren van de verdediging worden gemotiveerd verworpen zodat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van de verdachten;
  • er kan niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de man die een getuige heeft zien rennen inderdaad de schutter was, nu er wezenlijke verschillen bestaan tussen de signalementen die het slachtoffer en de getuige van deze man hebben gegeven;
  • twijfel is blijven bestaan over de vraag of het op een Citroën Jumpy gelijkend busje op de Kortekade daadwerkelijk het busje was waarmee de rennende man is vertrokken;
  • het baken dat de medeverdachte onder de auto van het slachtoffer had aangebracht, was ten tijde van de beschieting al ruim twee weken inactief, en het baken is eerst geruime tijd na de beschieting onder de andere auto van het slachtoffer aangetroffen. Onduidelijk is gebleven of het baken daadwerkelijk heeft bijgedragen aan de beschieting. Ook is niet duidelijk geworden of het baken wel met het oog op die aanslag was aangebracht, gelet op de andersluidende verklaring van de medeverdachte op dit punt, die wel vragen blijft oproepen, maar die niet kan worden weerlegd aan de hand van voorhanden zijnd bewijsmateriaal;
  • ook indien er in kringen van de Orde van Transformanten een motief kan worden gevonden voor deze aanslag, iets waarover de lezingen in het dossier sterk uiteenlopen, en ook indien in aanmerking wordt genomen dat het belgedrag van onder anderen de verdachte en de medeverdachte rond de aanslag vragen blijft oproepen waarvoor geen afdoende verklaring is gegeven, en ook indien er meerdere aanwijzingen zijn die de aandacht vestigen op de Orde ter Transformanten, blijft het noodzakelijk dat feitelijke vaststellingen gedaan kunnen worden over de rol van de verdachte en de medeverdachte bij de aanslag;
  • de omstandigheid dat de verdachte zich in ieder geval op enkele cruciale punten op zijn zwijgrecht heeft beroepen, draagt in de onderhavige zaak niet bij aan het bewijs;
  • in deze zaak kan niet worden vastgesteld dat de verdachte en/of de medeverdachte daadwerkelijk een substantiële bijdrage hebben geleverd aan de beschieting van het slachtoffer.

De rechtbank is gekomen tot vrijspraak.

Uitspraken: BV2735