DCSIMG

 
loading readspeaker...

Selectiecriteria 

De rechtspraak publiceert niet alle beschikkingen en vonnissen die worden uitgesproken. In het hieronder gepubliceerde besluit staat omschreven welke uitspraken in principe wel moeten worden gepubliceerd.

Besluit selectiecriteria uitsprakendatabank Rechtspraak.nl

De Raad voor de rechtspraak, de Hoge Raad der Nederlanden, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de besturen van de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven,
hebben besloten tot het vaststellen van het navolgende Besluit.

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

  1. publiceren: voor het publiek toegankelijk maken door middel van opname in een daartoe ingerichte databank op de website Rechtspraak.nl;
  2. anonimiseren: het verwijderen van gegevens die, afzonderlijk of in onderlinge samenhang, de identiteit kunnen onthullen van niet beroepsmatig bij een zaak betrokken natuurlijke of rechtspersonen;
  3. uitspraken: alle rechterlijke beslissingen, onder welke benaming en in welke vorm dan ook gedaan.

Artikel 2. 

Op Rechtspraak.nl worden uitsluitend uitspraken gepubliceerd van:

  1. de Hoge Raad der Nederlanden;
  2. de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;
  3. de Centrale Raad van Beroep;
  4. het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
  5. de gerechtshoven;
  6. de rechtbanken;
  7. het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
  8. de Gerechten in eerste aanleg genoemd in artikel 1 sub f van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie;
  9. de Raad van Beroep voor Belastingzaken als bedoeld in artikel 8:97 Belastingwet BES;
  10. de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken als bedoeld in artikel 17 van de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES;
  11. rechtsvoorgangers van voornoemde gerechten.

Artikel 3.

Gepubliceerd wordt iedere uitspraak van

  1. de Hoge Raad der Nederlanden;
  2. de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;
  3. de Centrale Raad van Beroep;
  4. het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
  5. de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam;
  6. de Afdeling Intellectuele Eigendom van de sector civiel van de Rechtbank ’s Gravenhage;
  7. de Pachtkamer van het Gerechtshof Arnhem;

voorzover de zaak niet kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk is verklaard en/of met een standaardformulering is afgedaan.

Artikel 4. 

Lid 1 - Een uitspraak in de volgende procedures wordt altijd gepubliceerd:

  1. Artikel 267 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie inzake het stellen van een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit betreft zowel de uitspraak waarin om de prejudiciële beslissing is verzocht, als om de uitspraak waarin de nationale procedure is vervolgd nadat de prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie is verkregen; 
  2. Artikel 6:241 Burgerlijk wetboek inzake het collectieve actierecht van consumentenorganisaties tegen onredelijke consumentenvoorwaarden van bedrijven, voorzover het Gerechtshof te ’s Gravenhage met toepassing van lid 3 sub c van genoemd artikel heeft besloten tot openbaarmaking van de uitspraak;
  3. Artikel 3:305d Burgerlijk wetboek inzake de Wet handhaving consumentenbescherming, voorzover het gerechtshof te ’s Gravenhage met toepassing van lid 3 van genoemd artikel heeft besloten tot openbaarmaking van de beschikking;
  4. Artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreffende mededingingzaken;
  5. Procedures in het kader van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Verdrag van Lugano 2007) en alle in artikel 64 lid 1 van dit verdrag vermelde instrumenten, tenzij deze voor de interpretatie en toepassing van deze instrumenten evident van geen belang zijn;
  6. Teruggeleidingsverzoeken op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980.

Lid 2 - Een uitspraak wordt altijd gepubliceerd indien:

  1. een beroep op het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind of een verdrag dat tot stand is gekomen onder de International Labour Organization, is gehonoreerd of anders dan met een standaardmotivering verworpen;
  2. een uitspraak in eerdere aanleg binnen dezelfde rechtsgang ook reeds is gepubliceerd;
  3. het een strafzaak betreft waarin de tenlastelegging (mede) is gebaseerd op een delict omschreven in titel XIX van het Wetboek van strafrecht, ongeacht de aard van de uitspraak;
  4. daarin een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar of meer en/of een TBS-maatregel is opgelegd.
  5. het een uitspraak betreft over de wraking van een of meerdere rechters.

Artikel 5.

Een uitspraak wordt altijd gepubliceerd indien:

  1. de zaak voor, tijdens of na behandeling ter zitting aandacht heeft gehad van de publieke media in de ruimste zin des woords;
  2. de uitspraak in een op de juridische beroepsgroep gericht medium is gepubliceerd of besproken;
  3. de uitspraak van bijzonder belang is voor bepaalde beroepsgroepen of belangengroeperingen;
  4. de uitspraak mede de belangen raakt van natuurlijke of rechtspersonen die geen partij waren in het geding;
  5. de uitspraak een jurisprudentievormend karakter heeft, bijvoorbeeld doordat een eerdere jurisprudentielijn wordt gewijzigd, genuanceerd, ingeperkt of uitgebreid, of doordat een bepaalde casuïstiek of wettelijke bepaling voor het eerst aan het oordeel van de rechter is onderworpen;

Artikel 6.

Lid 1 - Uitspraken van rechtbanken en gerechtshoven, in het bijzonder van meervoudige kamers, voorzover niet gepubliceerd krachtens de artikelen 3, 4 of 5, en voorzover daarin niet uitsluitend standaardformuleringen zijn gebruikt, worden zoveel als mogelijk gepubliceerd.
Lid 2 - Indien een gerecht besluit tot aanvullende selectiecriteria die prioriteit geven aan bepaalde categorieën van de onder lid 1 bedoelde uitspraken, dan worden deze criteria op Rechtspraak.nl gepubliceerd; in ieder geval als annex bij het onderhavige besluit, en eventueel op de pagina’s van het gerecht zelf.

Artikel 7.

Lid 1 - Alle uitspraken die worden gepubliceerd, dienen te zijn geanonimiseerd volgens een daartoe vast te stellen anonimiseringsrichtlijn.
Lid 2 - Uitspraken waarvoor mediabelangstelling bestaat worden, conform de Persrichtlijn, gepubliceerd op de dag van uitspraak. Andere uitspraken worden zoveel mogelijk binnen een maand gepubliceerd.

Artikel 8. 

Lid 1 - Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Besluit selectiecriteria uitsprakendatabank Rechtspraak.nl 2012’.
Lid 2 - Dit besluit wordt, inclusief de toelichting, gepubliceerd op Rechtspraak.nl.

Toelichting

Algemeen

De website Rechtspraak.nl is in december 1999 van start gegaan en beschikte vanaf de start over een databank met uitspraken. Voor het samenstellen van deze databank heeft de Begeleidingscommissie Elektronisch Loket Rechterlijke Organisatie (ELRO) in november 1999 een richtlijn met selectiecriteria vastgesteld. Toepassing van deze richtlijn bleek in de praktijk echter niet eenvoudig, onder meer omdat de erin opgenomen criteria moeilijk objectiveerbaar waren en onvoldoende richtinggevend bij de dagelijkse besluitvorming omtrent publicatie. Ook van buiten de rechtspraak klonk regelmatig kritiek over de abstractheid van selectiecriteria. Teneinde zowel het selectieproces beter te faciliteren als om naar de samenleving meer helderheid te scheppen over het publicatiebeleid, is besloten de selectiecriteria ter herzien.

Juridisch kader

De kabinetsnota 'Naar toegankelijkheid van overheidsinformatie',  heeft in 1997 de basis gelegd voor de publicatie van de 'basisinformatie van de democratie rechtsstaat': wetgeving, parlementaire informatie en rechterlijke uitspraken. Met betrekking tot dit laatste formuleerde het kabinet dat een 'representatief beeld' van rechterlijke uitspraken zou moeten worden gepubliceerd.
Voor het invullen van het begrip 'een representatief beeld' is voor dit Besluit aansluiting gezocht bij Aanbeveling R (95)11 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa.

Opbouw van het Besluit

In de genoemde aanbeveling van de Raad van Europa wordt een onderscheid gemaakt tussen een negatieve selectie en een positieve selectie. Bij een negatieve selectie worden alle uitspraken gepubliceerd, tenzij ze aan specifieke criteria voldoen op grond waarvan publicatie niet waardevol wordt kan worden geacht; bij een positive selectie worden uitspraken in beginsel juist niet gepubliceerd, tenzij ze aan specifieke criteria voldoen die publicatie rechtvaardigen. Vervolgens wordt de aanbeveling gedaan om de negatieve selectie toe te passen op de hoogste rechtscolleges, en de positieve selectie op andere gerechten.
In dit Besluit is deze benadering overgenomen en nog verder verfijnd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een aantal categorieën van uitspraken.
De eerste categorie (artikel 3) bevat uitspraken van de hoogste rechtscolleges en enkele bijzondere afdelingen. Voor deze colleges geldt onverkort het negatieve selectiecriterium.
Uitspraken die dienen te worden gepubliceerd op basis van het positieve criterium, zijn te vinden in de artikelen 4 tot en met 6.
In deze categorie is allereerst een onderscheid gemaakt tussen uitspraken waarvan publicatie verplicht is (artikelen 4 en 5) en uitspraken die zoveel als mogelijk moeten worden gepubliceerd (artikel 6). Deze laatste categorie bevat uitspraken die mogelijk interessant zijn omdat ze niet alleen uit standaardformuleringen bestaan, maar niet voldoen aan de expliciete criteria van artikel 4 of artikel 5.
Het onderscheid tussen de artikelen 4 en 5 ligt in de objectiveerbaarheid van de criteria. Van iedere uitspraak is objectief vast te stellen of deze voldoet aan de in artikel 4 opgenomen criteria, maar de selectiecriteria van artikel 5 zijn minder eenduidig. Op zichzelf is dit niet bezwaarlijk: in veel gevallen zal het evident zijn dat een uitspraak aan één of meer van de criteria voldoet, voor het overige beogen deze criteria de selecteurs vooral een handvat te bieden om te beoordelen welke uitspraken publicatiewaardig zijn. 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 3

In artikel 3 zijn (de afdelingen van) de rechtscolleges opgenomen waarvan wordt verondersteld dat al hun uitspraken in beginsel zodanig maatschappelijk relevant zijn dat ze publicatiewaardig zijn. Een uitzondering wordt gemaakt voor uitspraken in zaken die kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk zijn verklaard, en/of – anderszins – met een standaardformulering zijn afgedaan. Dit wil overigens niet zeggen dat een niet-ontvankelijkheid nooit gepubliceerd behoeft te worden: een dergelijke uitspraak kan immers nog wel voldoen aan de voorwaarden van artikel 4 of 5.

Artikel 4 – lid 1

In het eerste lid van artikel 4 zijn enkele procedures benoemd waarvan publicatie is geïndiceerd op grond van de wet of het maatschappelijk belang.
In de procedures genoemd onder (b) en (c) heeft de rechter in de wet de mogelijkheid om openbaarmaking van zijn uitspraak op te dragen. Het ligt voor de hand om hiervoor (mede) Rechtspraak.nl te gebruiken.
Publicatie van uitspraken in mededingingszaken op grond van artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie – genoemd onder (d) – vindt zijn basis in artikel 28 lid 8 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat bepaalt dat ingevolge artikel 15 lid 2 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag  de Hoge Raad of de Raad voor de rechtspraak aan de Europese Commissie afschrift verstrekt van alle uitspraken met betrekking tot deze Verdragsartikelen. Het ligt voor de hand dat deze uitspraken niet alleen in de door de Europese Commissie beheerde databank toegankelijk worden gemaakt, maar eveneens op Rechtspraak.nl worden gepubliceerd.
De publicatie van de onder (e) genoemde uitspraken vindt zijn grondslag in artikel 3 van het Tweede protocol bij het Verdrag van Lugano 2007. Dit artikel bepaalt dat de lidstaten alle beslissingen van gerechten van laatste aanleg en belangrijke beslissingen van andere gerechten die zijn genomen in het kader van dit verdrag en de in artikel 64 lid 1, van het verdrag bedoelde instrumenten, dienen toe te zenden aan de Europese Commissie teneinde te worden opgenomen in een voor het publiek toegankelijke databank. Ook hier ligt het voor de hand dat deze uitspraken eveneens op Rechtspraak.nl worden gepubliceerd. Om de selectie te vereenvoudigen komen in beginsel alle uitspraken die op deze procedures betrekking hebben voor publicatie in aanmerking. Alleen indien de uitspraken evident niet voor de interpretatie van deze instrumenten van belang zijn, kan publicatie achterwegen blijven.

Artikel 4 – lid 2

Dit artikel bevat vier categorieën van publicatiewaardige uitspraken.
De eerste groep (b) betreft zaken waarin een beroep is gedaan op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind of verdragen die tot stand zijn gekomen onder de International Labour Organization. Deze uitspraken dienen te worden gepubliceerd indien het beroep is gehonoreerd of anders dan met een standaardmotivering is verworpen.
De tweede groep (b) ziet niet op de inhoud van de zaak, maar op de publicatie van een uitspraak in eerdere aanleg in dezelfde rechtsgang. Publicatie is hier niet alleen geïndiceerd omdat de uitspraak in latere aanleg geacht kan worden op dezelfde gronden publicatiewaardig te zijn als de uitspraak in eerdere aanleg, maar vooral omdat de gebruiker van Rechtspraak.nl bekend moet zijn met het oordeel in latere aanleg om de uitspraak in eerdere aanleg op waarde te kunnen schatten.
De derde en vierde groep (c en d) betreffen zware strafzaken, waarvoor in de maatschappij – gezien de ontwrichtende werking van de feiten – een bijzondere belangstelling bestaat. De vijfde groep (e) betreft de uitspraken die betrekking hebben op het wraken van rechters. Vanuit een oogpunt van transparantie kiest de Rechtspraak ervoor om alle wrakinguitspraken te publiceren.

Artikel 5

In artikel 5 zijn de selectiecriteria opgenomen waarvan niet altijd gemakkelijk en objectief is vast te stellen of een uitspraak eraan voldoet.
Onder (a) is belangstelling van de algemene pers als criterium opgenomen. Het moment van aandacht is daarbij niet van belang: dit kan zowel voor, tijdens of na de zitting zijn. Ook in geval er pas enige tijd na de uitspraak belangstelling bij de pers ontstaat, zou deze (alsnog) moeten worden gepubliceerd. Van mediabelangstelling is overigens alleen sprake indien deze gericht is op een specifieke zaak: het bijwonen door een journalist van een volledige politierechterzitting kan niet worden opgevat als persbelangstelling voor alle zaken die op de zitting worden behandeld. 
Alhoewel veel media die op de juridische beroepsgroep zijn gericht ook onder de publieke media van (a) zijn te scharen, zijn deze – onder (b) – toch afzonderlijk opgenomen. Criterium (b) impliceert dat alle uitspraken die in juridische vaktijdschriften, internetsites, weblogs of andere op juristen gerichte media worden gepubliceerd of besproken, zo spoedig mogelijk (alsnog) dienen te worden gepubliceerd indien dat nog niet was geschied.
Belang voor beroepsgroepen of belangengroeperingen – het criterium opgenomen onder (c) – mag worden verondersteld als een belangengroepering één van de procederende partijen was, als er duidelijk sprake was van een proefproces, of als het belang van een bepaalde groepering of beroepsgroep inzet was van het geding Maar ook als de uitspraak is besproken in een medium dat is gericht op een belangengroepering of beroepsgroep moet dit belang worden aangenomen.
Onderdeel (d) is vergelijkbaar met (c) maar is meer op (groepen van) individuen gericht, zonder dat er direct sprake hoeft te zijn van een belangengroepering. Het kan bijvoorbeeld gaan om wijkbewoners die worden geraakt door een verkeersmaatregel of een misdrijf waarbij veel slachtoffers zich niet hebben gevoegd.
Onderdeel (e) is in het bijzonder voor de rechtsontwikkeling van belang. Omdat de selecteur niet altijd de gelegenheid heeft om te onderzoeken in hoeverre er inderdaad sprake is van een jurisprudentievormend karakter, is een ruime interpretatie van deze regel op zijn plaats: twijfel over het juridisch belang van een uitspraak is op zichzelf eigenlijk reeds voldoende om tot publicatie te besluiten.

Artikel 6

Zoals reeds in het algemene deel van de toelichting is opgemerkt, gaat het in dit artikel om alle uitspraken die niet vallen onder de voorgaande artikelen, maar ook niet uitsluitend uit standaardformuleringen bestaan.
Publicatie van dergelijke uitspraken kan interessant zijn voor praktijkjuristen, wetenschappers en anderen, bijvoorbeeld om te zien hoe de rechter tot zijn oordeel komt, hoe de kantonrechtersformule in de praktijk wordt toegepast, hoe bewijs wordt gewaardeerd of hoe een strafmaat wordt gemotiveerd.
Het tweede lid van dit artikel heeft tot doel om gebruikers van de databank inzicht te geven in aanvullend publicatiebeleid van afzonderlijke gerechten.

Artikel 7

In dit artikel worden twee onderwerpen geregeld die verband houden met de publicatie van uitspraken, maar op de selectie geen betrekking hebben. Het anonimiseren van uitspraken wordt geregeerd door de Anonimiseringsrichtlijnen
Voor wat betreft de snelheid waarmee uitspraken moeten worden gepubliceerd, wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds uitspraken waarvoor veel mediabelangstelling bestaat, en anderzijds de overige uitspraken. De Persrichtlijn (onderscheidenlijk vastgesteld door de PDF Presidentenvergadering (pdf, 233 kB) en de Hoge Raad) schrijft voor de eerste categorie voor dat deze uitspraken op de dag van uitspraak moeten worden gepubliceerd. Voor de tweede categorie wordt hier een termijn van een maand opgenomen. Deze termijn moet worden opgevat als een streeftermijn.

Aldus vastgesteld tijdens de Presidentenvergadering van 26 maart 2012.

PDF bestanden op deze pagina kunt u openen met onder meer de gratis Adobe Acrobat Reader.