Aanvraag om bijstand van jongere binnen de zoektermijn van vier weken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Aanvraag om bijstand van jongere binnen de zoektermijn van vier weken
Utrecht, 23 juni 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 18 juni 2015 dat het bepaalde in artikel 41, vierde lid, van de WWB niet in de weg staat aan het indienen van een aanvraag om bijstand tijdens de zoekperiode.

Appellanten melden zich op 30 juni 2012 digitaal bij UWV Werkbedrijf en dienen op diezelfde datum, eveneens digitaal, een aanvraag om bijstand in. Omdat zij jonger zijn dan 27 jaar krijgen ze een zoekperiode van 4 weken. Bij Uwv/college is bekend dat appellanten van 27 juli 2012 t/m 7 augustus 2012 op vakantie zijn. Appellanten melden zich op 21 augustus 2012 om op hun melding/aanvraag van 30 juni 2012 bijstand verleend te krijgen. Het college verleent appellanten per 21 augustus 2012 bijstand en niet per 30 juni 2012, omdat appellanten zich niet zo spoedig na terugkeer van hun vakantie hebben gemeld. De wettelijke grondslag is art. 44, derde lid, WWB. Volgens de rechtbank kan, gelet op artikel 41, vierde lid, WWB, binnen de zoekperiode geen aanvraag om bijstand worden ingediend. Omdat op 30 juni 2012 nog geen aanvraag tot stand was gekomen en omdat appellanten zich niet zo spoedig mogelijk na hun vakantie (opnieuw) hebben gemeld, heeft het college volgens de rechtbank de bijstand terecht toegekend per 21 augustus 2012.

De Raad komt tot een ander oordeel en overweegt daartoe het volgende: Tussen partijen is niet in geschil dat appellanten op 30 juni 2012 (onvolledige) aanvragen om bijstand hebben ingediend. Daarmee staat vast dat appellanten, die jonger zijn dan 27 jaar, binnen de ingevolge artikel 41, vierde lid, van de WWB voor hen geldende zoekperiode van vier weken aanvragen om bijstand hebben ingediend. Partijen worden verdeeld gehouden door de vraag of een jongere binnen die zoekperiode een aanvraag om bijstand kan indienen.
 

Anders dan de rechtbank en het college in hoger beroep hebben aangenomen, staat het bepaalde in artikel 41, vierde lid, van de WWB niet in de weg aan het indienen van een aanvraag om bijstand tijdens de zoekperiode. Dit volgt allereerst niet uit de tekst van artikel 41, vierde lid, van de WWB, waarin is bepaald dat bij een melding om bijstand door een persoon jonger dan 27 jaar een aanvraag van bijstand niet eerder dan vier weken na de melding wordt ingediend en behandeld. Verder blijkt uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling dat jongeren ook gedurende de zoekperiode een aanvraag om bijstand kunnen indienen. Zo is in de memorie van toelichting bij artikel 41, vierde lid, van de WWB opgemerkt dat indien deze aanvraag eerder is gedaan dan na afloop van die vier weken voor het college de mogelijkheid bestaat een maatregel op te leggen of de aanvraag niet in behandeling te nemen (Kamerstukken II 2010/11, 32 815, nr. 3, blz. 3). Voorts blijkt uit de memorie van toelichting dat  de wetgever voor ogen heeft gehad dat in geval een aanvraag om algemene bijstand binnen de zoekperiode is ingediend het college zal constateren dat ze over te weinig gegevens beschikt om het recht op bijstand vast te stellen. Immers, op grond van artikel 43, vierde lid, dient het college bij de vaststelling van het recht op bijstand rekening te houden met de gedragingen en houding van de jongere gedurende de vier weken na de melding. Aangezien de aanvraag eerder dan de vier weken na melding is ingediend, heeft het college te weinig gegevens om de gedragingen en houding van de jongere gedurende die vier weken te beoordelen. De jongere zal dan de gelegenheid worden geboden om zijn gegevens aan te vullen (Kamerstukken II 2010/11, 32 815, nr. 3, blz. 59).

 
Hieruit volgt dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de binnen de zoekperiode van vier weken ingediende aanvragen van appellanten van 30 juni 2012 niet als aanvragen om bijstand als bedoeld in artikel 41 van de WWB kunnen worden aangemerkt.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten