Besluitvorming van staatssecretaris komt voor risico van het college van B en W

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Besluitvorming van staatssecretaris komt voor risico van het college van B en W
Utrecht, 26 februari 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in de uitspraak van 24 februari 2015 dat het eerst achteraf met terugwerkende kracht verlenen van een verblijfsvergunning aan appellanten door de secretaris niet zonder betekenis kan blijven voor de (rente)schade die appellanten lijden doordat eerst op een later moment bijstand is verleend.

 

Door de verlening van bijstand met terugwerkende kracht met ingang van 8 november 2011 heeft het college erkend dat de eerdere weigering bijstand te verlenen achteraf bezien niet in stand kan blijven. De besluitvorming van de staatssecretaris dient daarom voor risico van het college te komen. Daaraan doet niet af dat, zoals het college naar voren heeft gebracht, het college er geen verwijt van kan worden gemaakt dat niet eerder tot verlening van bijstand is overgegaan. De Raad verwijst in dit verband naar zijn - aan het college voorgehouden - uitspraak van 8 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK0507. In dat geval ging het om de aansprakelijkheid van de Sociale verzekeringsbank (Svb) voor schade voortvloeiend uit een besluit inzake de weigering van kinderbijslag, welk besluit door een onrechtmatig besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen inzake de intrekking van een WAO-uitkering, achteraf bezien, onjuist was. Tevens verwijst de Raad naar zijn in die uitspraak genoemde - en eveneens aan het college voorgehouden - uitspraak van 24 januari 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AA9616. In die uitspraak was de aansprakelijkheid van de Svb aan de orde ter zake van schade voortvloeiend uit een besluit dat door een wetswijziging met terugwerkende kracht, achteraf bezien, onrechtmatig was. De vertegenwoordiger van het college heeft ter zitting naar voren gebracht dat het college het niet eens is met de genoemde uitspraken, maar heeft geen steekhoudende argumenten aangedragen waarom de Raad de - op rechtspraak van de Hoge Raad gebaseerde - lijn van deze uitspraken in dit geval niet zou moeten volgen. Op de verplichting tot betaling van wettelijke rente, zoals geregeld in artikel 4:102, tweede lid, van de Awb is in het derde lid van dit artikel een uitzondering gemaakt en die uitzondering is in het geval van appellanten niet aan de orde. Het college heeft ten onrechte geweigerd de wettelijke rente over de na te betalen bijstand te vergoeden.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten