Bewijslastverdeling bij intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering met terugwerkende kracht

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Bewijslastverdeling bij intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering met terugwerkende kracht
Utrecht, 28 augustus 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 19 augustus 2015 dat het Uwv in dit geval aannemelijk heeft gemaakt dat met ingang van 3 april 2007 ten onrechte WIA-uitkering is verstrekt.

Volgens vaste rechtspraak is intrekking of herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering met terugwerkende kracht in het algemeen in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. In uitzonderingsgevallen is van strijd met dat beginsel geen sprake. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan gevallen waarin het toekennen en/of het ongewijzigd voortzetten van de uitkering mede het gevolg is geweest van onjuiste of onvolledige informatieverstrekking door betrokkene, terwijl de uitvoeringsinstelling een andere (minder gunstige) beslissing zou hebben genomen indien zij destijds wel de juiste feiten had gekend.

 
Bij een belastend besluit tot intrekking of herziening met terugwerkende kracht en tot terugvordering van wat aan uitkering is betaald rust op het Uwv de verplichting om niet alleen de feiten te stellen waarop hij het bestreden besluit doet steunen, maar ook - in het geval van betwisting - die feiten aannemelijk te maken.
 
Aan de intrekking en terugvordering is ten grondslag gelegd dat met ingang van 3 april 2007 ten onrechte WIA-uitkering is verstrekt en is appellante simulatie en schending van haar inlichtingenverplichting verweten. De Raad concludeert dat het Uwv in dit geval aannemelijk heeft gemaakt dat met ingang van 3 april 2007 ten onrechte WIA-uitkering is verstrekt en heeft daarbij in het bijzonder gewezen op het door de door het Uwv geraadpleegde psychiater opgestelde expertiserapport, dat ten grondslag ligt aan de bestreden beslissing.
 
Zie ook de zaken 13/5206 WIA, ECLI:NL:CRVB:2015:2827 en 14/658 WIA, ECLI:NL:CRVB:2015:2826 waarin het UWV niet slaagt in de bewijslast.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten