Bij in rechte vaststaand pensioenoverzicht dient verzekerde periode onderzocht te worden

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Bij in rechte vaststaand pensioenoverzicht dient verzekerde periode onderzocht te worden
Utrecht, 28 mei 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 13 mei 2015 dat een pensioenoverzicht een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb, waartegen in rechte opgekomen kan worden. Echter, niet gezegd kan worden dat, ook voor de toekomst, het voorheen via een pensioenoverzicht vastgestelde aantal verzekerde jaren definitief vaststaat. Op het moment van het intreden van het feitelijk rechtsgevolg dient de Svb opnieuw te onderzoeken in welke jaren iemand verzekerd was.

In hoger beroep is aan de orde de vraag of uit het in rechte vaststaande pensioenoverzicht volgt dat het niet verzekerd zijn voor de AOW van appellant wat betreft de periode tot 4 november 2009 vaststaat.

Naar vaste rechtspraak van de Raad is een pensioenoverzicht een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen in rechte opgekomen kan worden. Een dergelijk pensioenoverzicht kan alleen aangevraagd en verstrekt worden over een periode waarin mogelijk verzekerde jaren zijn opgebouwd, maar waarin feitelijk nog geen recht op een AOW-pensioen bestond.

Zoals blijkt uit artikel 7 van de AOW is het systeem dat per jaar wordt bezien of iemand verzekerd is geweest. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd dient door de Svb beoordeeld te worden of recht bestaat op een (gedeeltelijk) AOW-pensioen. Het voorafgaand aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd aanvragen en verstrekken van een pensioenoverzicht geeft een (potentieel) verzekerde de mogelijkheid eerder dan bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de Svb te vernemen wat zijn standpunt is over de verzekering, voor zover op dat moment vastgesteld kan worden met de dan beschikbaar zijnde gegevens. Deze (potentieel) verzekerde kan zo nodig bezwaar maken en eventueel een rechterlijke procedure voeren om onjuistheden te laten herstellen en verschillen van inzicht te laten toetsen. Op zo’n eerder moment dan bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is het over het algemeen eenvoudiger schriftelijke bewijsstukken over te leggen ter onderbouwing van een standpunt.

 
Mede gezien de tekst van artikel 7 van de AOW en naar analogie van de rechtspraak over de herhaalde aanvraag kan echter niet gezegd worden dat, ook voor de toekomst, het voorheen via een pensioenoverzicht vastgestelde aantal verzekerde jaren definitief vaststaat. Nu het feitelijk rechtsgevolg pas intreedt bij het, na aanvraag, (mogelijk) toekennen van een AOW-pensioen, dient de Svb op dat moment opnieuw te onderzoeken in welke jaren iemand verzekerd was. Voor zover dit onderzoek ziet op jaren waarover via een pensioenoverzicht reeds een standpunt was bepaald, dient een (potentieel) verzekerde wel deugdelijk en toereikend te motiveren waarom de eerdere vaststelling naar zijn mening onjuist was.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten