Controleur studiefinanciering onbevoegd als hij in dienst is van werkmaatschappij

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Controleur studiefinanciering onbevoegd als hij in dienst is van werkmaatschappij
Utrecht, 19 januari 2017

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 4 januari 2017 dat onder de aanwijzing alleen personen vallen die – op basis van een arbeidsovereenkomst – in dienst zijn bij [BV 1] en niet ook de personen die in dienst zijn bij werkmaatschappijen van die rechtspersoon.

Bij besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 april 2012, heeft de minister personen, werkzaam bij [BV 1] vanaf 1 januari 2012 belast met het toezicht bedoeld in artikel 1.5 van de Wsf 2000.

De Raad heeft in zijn uitspraak van 2 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4192, geoordeeld dat artikel 9.1a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wsf 2000 in verbinding met artikel 5:11 van de Awb, en de bij die bepalingen horende wetsgeschiedenis, bezien in samenhang met de in de praktijk gegeven sturing door de minister aan de controleurs en de afwezigheid van een commercieel belang bij het resultaat van de controle door de gekozen bezoldigingsafspraken, een voldoende wettelijke grondslag biedt om werknemers van een private partij te belasten met het toezicht op de naleving van artikel 1.5 van de Wsf 2000. Dit betekent dat de minister een besluit tot herziening van de uitwonendenbeurs in een thuiswonendenbeurs in beginsel mag baseren op de resultaten van een huisbezoek dat is verricht door deze personen.

De controleurs in dit geding waren ten tijde van het huisbezoek niet werkzaam bij [BV 1] , maar bij een van haar werkmaatschappijen, zodat zij niet vallen onder het bereik van het in 4.2 genoemde aanwijzingsbesluit. Reeds daarom waren de controleurs op dat moment niet bevoegd tot het houden van toezicht op de naleving van artikel 1.5 van de Wsf 2000.

Hieruit volgt dat het huisbezoek op 1 oktober 2013 is verricht door onbevoegde controleurs en dat de bevindingen van dat huisbezoek als bewijs ontoelaatbaar zijn.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten