De rechtbank heeft ten onrechte niet beslist op een verzoek om schadevergoeding

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > De rechtbank heeft ten onrechte niet beslist op een verzoek om schadevergoeding
Utrecht, 22 januari 2016

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 20 januari 2016 dat als de rechtbank hangende de procedure in beroep een verzoek om schadevergoeding heeft ontvangen de uitspraak hetzij een beslissing op dat verzoek moet bevatten hetzij de bepaling dat de zaak zal worden heropend om alsnog op het verzoek om schadevergoeding te beslissen.

Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de rechtbank verzocht het Uwv te veroordelen tot het betalen van immateriële schadevergoeding. Nadien is het Uwv bij het besluit van 31 maart 2015 geheel tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante tegen het besluit van 11 april 2014 en heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen dit besluit alsnog gegrond verklaard.

De door appellante gestelde schade is het gevolg van het besluit van 11 april 2014. Dat betekent dat op deze zaak titel 8.4 van de Awb van toepassing is, zoals die geldt vanaf 1 juli 2013.

Het Uwv wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat appellante niet kan worden ontvangen in haar hoger beroep. Appellante is in hoger beroep gekomen tegen de aangevallen uitspraak omdat daarbij niet is beslist op haar verzoek om schadevergoeding. Appellante heeft terecht op een verzuim in de aangevallen uitspraak gewezen. Indien de rechtbank, zoals in het geval van appellante, hangende de procedure in beroep een verzoek om schadevergoeding heeft ontvangen, moet de uitspraak hetzij een beslissing op dat verzoek bevatten hetzij de bepaling dat de zaak zal worden heropend om alsnog op het verzoek om schadevergoeding te beslissen. In de aangevallen uitspraak is het door appellante gedane verzoek onbesproken gebleven en de rechtbank heeft niet kenbaar gemaakt welk vervolg de ontvangst van de brief van appellante van 3 oktober 2014 zal krijgen.

Uit door de Raad bij de rechtbank ingewonnen informatie blijkt dat het verzoek van appellante om schadevergoeding niet bij de rechtbank staat geregistreerd en dat daarover bij de rechtbank geen zaak aanhangig is. Nu appellante haar verzoek in hoger beroep heeft herhaald, wordt geoordeeld dat de omstandigheid dat de rechtbank niet heeft beslist op het verzoek van appellante geen belemmering vormt in hoger beroep te beslissen op het verzoek van appellante. Ook anderszins worden geen belemmeringen gezien om tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek om schadevergoeding over te gaan. Vaststaat dat het besluit van 11 april 2014 onrechtmatig is. Voorts wordt geen aanleiding gezien om het verzoek terug te wijzen naar de rechtbank. Daarbij is in aanmerking genomen dat appellante tijdens de zitting te kennen heeft gegeven belang te hebben bij een spoedige beslissing op haar verzoek.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten