Discrepantie tussen Engels afgelegde verklaring en Nederlands opgestelde verklaring

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Discrepantie tussen Engels afgelegde verklaring en Nederlands opgestelde verklaring
Utrecht, 26 mei 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 12 mei 2015 dat gelet de specifieke omstandigheden van dit geval aanleiding bestaat om appellant niet te houden aan zijn op 12 juni 2013 ondertekende verklaring.

Appellant heeft een aanvraag om WWB ingediend in het kader waarvan hij door een handhavingsspecialist in het Engels is gehoord over zijn woon- en leefsituatie met A. Appellant heeft aangevoerd dat hij niet aan de opgetekende verklaring kan worden gehouden. Het gesprek is in het Engels gevoerd. Niet bekend is of de handhavingsspecialist het Engels voldoende beheerst. Voor zover de handhavingsspecialist de in het Nederlands opgestelde verklaring in het Engels aan appellant heeft voorgelezen, wat wordt betwist, is niet bekend in welke bewoordingen zij dat heeft gedaan. Appellant heeft de verklaring ondertekend in de veronderstelling dat wat de handhavingsspecialist hem had medegedeeld over de inhoud van de schriftelijke verklaring juist was en dat deze verklaring een juiste weergave vormde van wat hij mondeling had verklaard. Verder heeft appellant aangevoerd dat hij deze verklaring reeds in bezwaar gemotiveerd heeft betwist en erop gewezen dat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst.

Ter zitting heeft de gemachtigde van het college toegelicht dat de handhavingsspecialist, gelet op de vereisten voor die functie, minimaal MBO-niveau heeft. Appellant wilde het gesprek in het Engels voeren en de handhavingsspecialist is die taal machtig. Verder blijkt uit de verklaring niet dat appellant op enig moment tijdens en na het gesprek problemen met de communicatie in het Engels ter sprake heeft gebracht. Hiermee is evenwel niet gezegd dat de handhavingsspecialist de Engelse taal tot in alle finesses machtig is. Ter zitting heeft het college meegedeeld niet te weten op welk niveau de handhavingsspecialist de Engelse taal beheerst.
 

Voorts heeft de gemachtigde van het college ter zitting toegelicht dat soms twee medewerkers bij een gesprek worden betrokken, een die de vragen stelt en een die de aantekeningen maakt van de antwoorden. In het geval van appellant heeft de handhavingsspecialist zowel de vragen gesteld als de antwoorden genoteerd. Er zijn geen handgeschreven aantekeningen in het Engels gemaakt, de verklaring van appellant is direct in het Nederlands vertaald en opgetekend.

 
Gelet op de bij appellant gevolgde handelswijze bij het opnemen van zijn verklaring en de door appellant gestelde discrepantie tussen de schriftelijke verklaring en de door hem gestelde feitelijke situatie, valt niet uit te sluiten dat de door de handhavingsspecialist in het Nederlands opgestelde schriftelijke verklaring en de antwoorden van appellant in het Engels niet exact met elkaar overeenkomen. Juist bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een gezamenlijke huishouding luistert dit nauw, omdat de feitelijke situatie in die beoordeling van doorslaggevend belang is. Dit geldt temeer nu het college in de situatie van appellant op grond van een beperkt aantal in de verklaring genoemde elementen van de woon- en leefsituatie van appellant en A heeft geconcludeerd tot wederzijdse zorg tussen appellant en A. Verder ontbreken handgeschreven aantekeningen in het Engels van de handhavingsspecialist aan de hand waarvan de opgestelde verklaring van 12 juni 2013 kan worden geverifieerd. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat op grond van de specifieke omstandigheden van dit geval aanleiding bestaat om appellant niet te houden aan zijn op 12 juni 2013 ondertekende verklaring. Bovendien wordt deze verklaring niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. Zo heeft geen huisbezoek op het adres van appellant plaatsgevonden en is A niet gehoord over zijn woon- en leefsituatie op dit adres. Deze beroepsgrond slaagt.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten