Eigen bijdrage op grond van de Wmo 2015, overgangsrecht

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Eigen bijdrage op grond van de Wmo 2015, overgangsrecht
Utrecht, 02 november 2017

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 25 oktober 2017 dat een wettelijke grondslag om een bijdrage op te leggen voor een op grond van de Wmo verstrekte individuele voorziening ontbreekt.

Met ingang van 1 januari 2015 is de WMO ingetrokken en is de Wmo 2015 in zijn geheel in werking getreden. Het tweede lid van artikel 8.9 van de Wmo 2015 bepaalt dat het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van enig artikel van de Wmo 2015, van toepassing blijft ten aanzien van besluiten genomen op grond van de Wmo.

Artikel 9.4 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015 (Verordening) bepaalt in het eerste lid, voor zover van belang, dat een cliënt recht houdt op een voorziening verstrekt op grond van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012 totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.

Vast staat dat de traplift aan appellante als individuele woonvoorziening in bruikleen is verstrekt op grond van de Wmo en dat geen eigen bijdrage op grond van de Wmo is opgelegd. Ook staat vast dat deze Wmo-voorziening niet is beëindigd op grond van artikel 9.4 van de Verordening. Uit artikel 8.9, tweede lid, van de Wmo 2015 en artikel 9.4 van de Verordening volgt dat op deze voorziening de rechten en plichten van de Wmo van toepassing blijven totdat deze voorziening wordt beëindigd. Een wettelijke grondslag om een bijdrage op grond van artikel 2.1.4 van de Wmo 2015 in verbinding met artikel 5.3.1 van de Verordening op te leggen voor een op grond van de Wmo verstrekte individuele voorziening ontbreekt. Artikel 2.1.4, eerste lid, biedt slechts grondslag om bij verordening te bepalen dat een cliënt een bijdrage in de kosten is verschuldigd voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, en voor een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget als bedoeld in de Wmo 2015.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten