Gebonden aan afspraak met korpschef over beëindiging dienstverband

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Gebonden aan afspraak met korpschef over beëindiging dienstverband
Utrecht, 27 maart 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 26 maart 2015 dat appellant, vanwege het ook voor de korpschef geldende beginsel van rechtszekerheid, gebonden was aan de afspraak die hij met de korpschef had gemaakt over de beëindiging van zijn dienstverband.

Appellant heeft aangevoerd dat hij zijn ontslagverzoek heeft ingetrokken voordat hem bij besluit van 19 juli 2012 ontslag is verleend. Naar vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 13 oktober 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT8812) worden afspraken over de beëindiging van het ambtelijk dienstverband, neergelegd in een overeenkomst tussen een ambtenaar en zijn bevoegde gezag, aangemerkt als een nadere regeling van de uitoefening van de aan het bevoegde gezag toekomende ontslagbevoegdheid. Aan zo’n ontslagregeling zijn partijen gebonden op grond van het beginsel van rechtszekerheid dat niet alleen geldt voor het bestuursorgaan maar ook voor de ambtenaar. Appellant was gebonden aan de afspraak die hij met de korpschef had gemaakt over de beëindiging van zijn dienstverband. Vanwege het ook voor de korpschef geldende beginsel van rechtszekerheid had appellant niet meer de mogelijkheid om zonder instemming van de korpschef zijn ontslagverzoek in te trekken. Te minder omdat de korpschef afgaande op het overeengekomen vertrek van appellant een vervanger voor zijn functie had aangetrokken. De verhoging van de AOW-leeftijd waarover tijdens de opname van het eindeloopbaanverlof van appellant meer duidelijk is gekomen, levert geen grond op appellant niet gebonden te achten aan zijn afspraak met de korpschef over de beëindiging van zijn dienstverband. De wijziging van de AOW-leeftijd was voor appellant geen onvoorziene omstandigheid. Uit de e-mail van 11 april 2010 blijkt dat appellant zich heeft gerealiseerd dat een verhoging van de AOW-leeftijd tot de mogelijkheden behoorde. Bij het maken van een afspraak met de korpschef over het einde van zijn dienstverband in aansluiting op eindeloopbaanverlof heeft appellant dit risico ingecalculeerd. De korpschef heeft appellant dan ook mogen houden aan zijn overeengekomen vertrek en heeft hem op goede gronden per 1 juli 2012 ontslag verleend.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten