Geen indirecte discriminatie tussen groepen van niet-Nederlandse herkomst

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Geen indirecte discriminatie tussen groepen van niet-Nederlandse herkomst
Utrecht, 31 mei 2016

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 17 mei 2016 dat appellante door toepassing van het risicoprofiel niet in een andere en nadeliger positie is komen te verkeren dan de overige groepen personen met een ander land van herkomst dan Nederland en dat daardoor sprake is van indirecte discriminatie tussen groepen personen van niet-Nederlandse herkomst.

Appellante heeft niet gesteld op grond van welke persoonskenmerken zij is gediscrimineerd. Voor zover appellante het onderscheid tussen personen van Nederlandse en van niet-Nederlandse herkomst aanvecht, faalt dit op gronden uiteengezet in de uitspraak van 14 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1231, waar het college hetzelfde risicoprofiel had toegepast. Voor zover appellante heeft beoogd te stellen dat zij behoort tot de groep personen met Turkije als land van herkomst en dat die groep door toepassing van het risicoprofiel in een andere en nadeliger positie is komen te verkeren dan de overige groepen personen met een ander land van herkomst dan Nederland en dat daardoor sprake is van indirecte discriminatie tussen groepen personen van niet-Nederlandse herkomst, volgt de Raad haar, onder verwijzing naar het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 13 november 2007, D.H. en anderen v. Tsjechië [GC] (nr. 57325/00), daarin niet. Appellante heeft geen begin van bewijs geleverd dat het toepassen van het risicoprofiel door het college erin heeft geresulteerd dat een disproportioneel aantal personen met Turkije als land van herkomst door het college is onderzocht. De enkele stelling dat dit aannemelijk is, is daartoe onvoldoende, terwijl die stelling weersproken wordt door de uitgevoerde werkzaamheden in het kader van het project. Uit de door verweerder overgelegde lijst van ingezette onderzoeken volgt dat de lopende en afgehandelde onderzoeken zien op personen met verschillende landen van herkomst, zoals Turkije, Marokko, Suriname, Spanje, Italië, Engeland, België, Duitsland en Vietnam, waarbij het aantal onderzoeken van personen met Turkije als land van herkomst niet disproportioneel hoger is, afgezet tegen het aantal ingezette onderzoeken ten aanzien van personen van die andere groepen en wat uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend is over de samenstelling van de bevolking van de gemeente Ede.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten