Geen onttrekking aan tenuitvoerlegging vrijheidsstraf of vrijheidsbeperkende maatregel

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Geen onttrekking aan tenuitvoerlegging vrijheidsstraf of vrijheidsbeperkende maatregel
Utrecht, 15 juni 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 22 mei 2015 dat de Svb niet op goede gronden heeft kunnen besluiten dat (nog steeds) sprake is van het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende maatregel of straf.

Bij besluit van 23 juni 2009 is aan appellant met ingang van september 2009 een pensioen en een toeslag ingevolge de Algemene ouderdomswet (AOW) toegekend. Bij besluit van 24 oktober 2011 heeft de Svb het pensioen en de toeslag per 1 juli 2011 ingetrokken. Aan dit besluit is ten gronde gelegd dat appellant ten minste sinds 31 december 2010 voortvluchtig is.

Het recht op AOW-pensioen is ingegaan vóór de invoering van artikel 8c van de AOW, welke regeling een vergaand gevolg verbindt aan het zich onttrekken aan een vrijheidsstraf of vrijheidsbeperkende maatregel, met welk gevolg betrokkene voorheen geen rekening hoefde te houden. De zorgvuldigheid brengt met zich mee dat de vaststelling dat betrokkene zich ten tijde van de inwerkingtreding van deze regeling onttrekt aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel, berust op actuele gegevens ten aanzien van (het voortduren van) het zich onttrekken. Niet in geschil is dat de Svb in het voetspoor van het CJIB zich enkel baseert op gegevens en uitvoeringshandelingen uit de jaren 2004/2005. Vaststaat verder dat in elk geval vanaf de toekenning van het AOW-pensioen in september 2009, de vaste woon- of verblijfplaats van appellant aan de Svb bekend was. Niet is gebleken van redenen die in de weg stonden aan een nadere poging tot tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf. Geconcludeerd moet worden dat in het geval van appellant de Svb niet op goede gronden heeft kunnen besluiten dat (nog steeds) sprake is van het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende maatregel of straf. Dit betekent dat de Svb ten onrechte het ouderdomspensioen van appellant heeft beëindigd.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten