Geen verlenging no-riskpolis en weigering ZW-uitkering

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Geen verlenging no-riskpolis en weigering ZW-uitkering
Utrecht, 19 juni 2015
De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 10 juni 2015 dat het UWV een onjuiste invulling heeft gegeven aan het in artikel 29c van de ZW neergelegde criterium van een aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten.

Uit artikel 29c van de ZW volgt niet dat de vraag of sprake is van een aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten is gebonden aan een bepaalde periode in het verleden. De tekst van artikel 29c van de ZW schrijft niet dwingend voor dat slechts de voorgaande no-riskperiode relevant is voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten. Er kan dan ook niet worden volstaan met een beoordeling aan de hand van wat zich heeft voorgedaan gedurende de laatste no-riskperiode. Op de datum waarop het al dan niet verlengen aan de orde is, in deze zaak 24 februari 2010, dient een inschatting te worden gemaakt van het te verwachten risico.

Daartoe dient zorgvuldig te worden onderzocht wat de precieze aard is van de klachten van de betrokken werknemer, wat de ernst is van de aandoening waaruit deze klachten voortvloeien, hoe deze aandoening zich, gelet op algemeen aanvaarde medische inzichten, pleegt te ontwikkelen en of bij deze werknemer bepaalde factoren een rol spelen die maken dat de verwachting ten aanzien van deze werknemer afwijkt van de verwachting in het algemeen. In dat kader dient zo nodig informatie te worden ingewonnen bij de behandelend sector. Bij het maken van een inschatting van de toekomstige ontwikkelingen - een prognose - kan wat bekend is uit het verleden uiteraard een rol spelen, maar zoals hiervoor werd geoordeeld, is er geen aanleiding om daarbij alleen of specifiek te kijken naar wat in de laatste no-riskperiode is gebeurd en daaraan doorslaggevende betekenis toe te kennen. Voor een volledig beeld kunnen ook de dááraan voorafgaande periodes van belang zijn. Voorts kan het ook zo zijn dat de situatie aan het einde van de laatste no-riskperiode anders is dan die gedurende de rest van die periode. Er kan zich bijvoorbeeld tegen het einde van die periode een verslechtering hebben voorgedaan, die zich naar het zich laat aanzien zal voortzetten.

Het UWV heeft toegelicht dat voor de beantwoording van de vraag wanneer sprake is van een aanzienlijk verhoogd risico een grens van 30% wordt gehanteerd. Het Uwv heeft gesteld bij de bepaling van deze grens aansluiting te hebben gezocht bij wat in het kader van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling wordt gezien als excessief verzuim.

Deze benadering van het UWV wordt niet gevolgd. De vraag of sprake is van excessief ziekteverzuim komt in de rechtspraak onder meer aan de orde bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de arbeidsongeschiktheidswetten, meer specifiek bij de vaststelling van de voor de berekening van de resterende verdiencapaciteit in aanmerking te nemen arbeid, op de voet van artikel 9 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Bij de berekening van de resterende verdiencapaciteit blijft arbeid waarin een zodanig - excessief - ziekteverzuim is te verwachten dat van een werkgever in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij de betrokkene in deze arbeid te werk stelt buiten beschouwing. Dit is een geheel ander kader dan het kader van artikel 29c van de ZW. Zoals overwogen in de uitspraak van 4 maart 2009 (ECLI:NL:CRVB:2009:BH4910) komt uit de wetgeschiedenis naar voren dat met de no-riskpolis is beoogd om de kansen van bepaalde groepen werknemers om terug te keren in het arbeidsproces te verbeteren en om in dat kader de bereidheid te bevorderen van werkgevers om hen in dienst te nemen. Met dit doel valt niet te rijmen dat (een verlenging van) de no risk-polis uitsluitend aan de orde zou zijn bij een te verwachten verzuim van 30% of meer.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten