Weigering faillissementsuitkering in strijd met Insolventierichtlijn

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Weigering faillissementsuitkering in strijd met Insolventierichtlijn
Utrecht, 30 mei 2016

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 27 mei 2016 dat het kenschetsen van de regeling van hoofdstuk IV van de WW als laatste redmiddel niet in overeenstemming is met de minimumbescherming die Richtlijn 2008/94/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (PB L 283, blz. 36, Insolventierichtlijn) werknemers beoogt te bieden.

Appellanten waren in dienst bij een champignonkwekerij. Na het faillissement van hun werkgever hebben zij bij het Uwv een zogenoemde faillissementsuitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW aangevraagd. Het Uwv heeft deze uitkering deels geweigerd, omdat appellanten niet voldoende voortvarend actie hadden ondernomen bij het aanspreken van hun werkgever op betaling van hun loon. Zodoende hebben zij volgens het Uwv het Algemeen Werkloosheidsfonds benadeeld en daarmee een benadelingshandeling als bedoeld in artikel 24, vijfde lid, van de WW gepleegd.

De weigering van het Uwv om betalingsverplichtingen van de failliete werkgever over te nemen is in strijd met Insolventierichtlijn. Anders dan de Raad eerder heeft geoordeeld, is het kenschetsen van de regeling van hoofdstuk IV van de WW als laatste redmiddel niet in overeenstemming met het sociale doel van de Insolventierichtlijn om een minimum aan bescherming aan alle werknemers te verzekeren. De Insolventierichtlijn geeft in artikel 12 (voorkomen van misbruik) noch in artikel 5 (de goede werking van de waarborgfondsen) een bevoegdheid om maatregelen te treffen die het mogelijk maken om loonbetalingsverplichtingen van het waarborgfonds te weigeren, alleen omdat een werknemer niet voldoende tijdig en adequaat actie jegens zijn werkgever heeft ondernomen om betaling van zijn loon te verkrijgen. De benadelingshandeling van artikel 24, vijfde lid, van de WW op deze wijze invullen, is een te ruime opvatting van de mogelijkheden die de Insolventierichtlijn biedt om betalingsverplichtingen van een waarborgfonds te beperken.
In het kader van de toepassing van hoofdstuk IV van de WW kan een richtlijnconforme interpretatie van deze benadelingshandeling meebrengen, dat een maatregel als hier aan de orde wel mogelijk is. Het Uwv dient dan aannemelijk te maken dat sprake is van misbruik in de zin van artikel 12 van de Insolventierichtlijn. Hierbij gaat het om onrechtmatige praktijken die de waarborgfondsen schade berokkenen door een salarisaanspraak te fingeren en die voor deze fondsen aldus onrechtmatig een betalingsaanspraak doen ontstaan.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten