Loonsanctie, niet tekortgeschoten in re-integratieverplichtingen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Loonsanctie, niet tekortgeschoten in re-integratieverplichtingen
Utrecht, 30 maart 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 11 maart 2015 dat de juistheid van het standpunt van het UWV dat werkgeefster re-integratiekansen heeft gemist onderbouwing mist.

Een besluit waarbij aan de werkgever een loonsanctie wordt opgelegd, is een belastend besluit. Het is daarom aan het UWV om gegevens aan te dragen waaruit kan blijken dat de bij het bestreden besluit ingenomen standpunten juist zijn. De juistheid van het standpunt van het UWV dat werkgeefster re-integratiekansen heeft gemist omdat zij het niet ertoe heeft geleid dat werknemer heeft hervat in zijn werk als kok, mist afgaande op de bevindingen van arbeidsdeskundige bezwaar en beroep onderbouwing. Vastgesteld wordt dat ook overigens in de gedingstukken geen beredeneerde uiteenzetting van het UWV is aangetroffen waaruit blijkt dat de belasting in de functie van zelfstandig werkend kok in dienst van werkgeefster aansloot bij de beperkingen van werknemer.
 
Hieruit volgt dat van het UWV resteert dat werkgeefster re-integratiekansen heeft gemist, omdat zij heeft verzuimd werknemer te re-integreren in andere passende werkzaamheden in haar bedrijf. Daarover heeft arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in zijn rapport opgemerkt:

“Mijns inziens had een meer gedetailleerd onderzoek naar eventuele passende werkzaamheden van werkgever verwacht mogen worden, zeker ook gelet op de leeftijd van de werknemer, de langdurige werkervaring als zelfstandig werkende kok en de lange duur van het dienstverband bij werkgever. (…) Er wordt te snel geconcludeerd dat er geen andere werkzaamheden binnen de eigen organisatie is te vinden c.q. te creëren, omdat de werkgever er aan gehouden is al het mogelijke te doen om een werknemer te behouden voor de organisatie. (…) Door het nalaten van een gedetailleerd onderzoek naar de arbeidsmogelijkheden binnen de organisatie zijn er mogelijk re-integratiekansen gemist.”
 
Dit betoog van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep gaat eraan voorbij dat werkgeefster aan Heliomare Arbeidsintegratie heeft gevraagd een arbeidskundig onderzoek uit te voeren. In het rapport van 24 mei 2011 hebben de arbeidsdeskundigen N. Geise en J. Maartens van Heliomare na gesprekken met werkgeefster en werknemer onder meer geconcludeerd dat re-integratie van werknemer in een andere functie bij werkgeefster niet haalbaar is, omdat er geen passende functies (beschikbaar) zijn. Deze conclusie is, blijkens de in het rapport opgenomen gegevens, getrokken op basis van de aard en de omvang van het bedrijf van werkgeefster, de aldaar voorkomende functies, de inhoud van die functies en de fysieke mogelijkheden van werknemer en zijn capaciteiten. Niet kan worden gezegd dat sprake is geweest van een summier onderzoek. Het UWV heeft geen gegevens ingebracht die zouden moeten leiden tot het oordeel dat het arbeidskundig onderzoek door Heliomare en het op grond daarvan opgemaakte rapport zodanig waren dat werkgeefster de conclusies van Geise en Maartens niet had kunnen overnemen.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten