Maatregel WWB, hoogte benadelingsbedrag is niet bepaalbaar

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Maatregel WWB, hoogte benadelingsbedrag is niet bepaalbaar
Utrecht, 13 juli 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 7 juli 2015 dat het begrip ‘benadelingsbedrag’, zoals appellant dit begrip uitlegt, niet voorkomt in de WWB en is in de Verordening niet nader omschreven. De hoogte van het benadelingsbedrag is, anders dan appellant stelt, niet bepaalbaar.

Bij besluit van 5 april 2013 heeft appellant aan betrokkenen met ingang van 11 december 2012 bijstand verleend op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor gehuwden. Daarbij heeft appellant ingaande die datum de bijstand voor de duur van een maand verlaagd met 100% bij wijze van maatregel. Aan de besluitvorming over de maatregel heeft appellant ten grondslag gelegd dat betrokkene een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond voor de voorziening in het bestaan. Het grote aantal bekeuringen is betrokkene te verwijten. Hij is daardoor niet in staat gebleken om een nieuwe baan als taxichauffeur te aanvaarden en heeft aldus verwijtbaar gangbare arbeid verloren.

Appellant heeft aangevoerd dat artikel 13 van de Verordening een voldoende wettelijke grondslag biedt voor de opgelegde maatregel. Volgens appellant wordt met de verwijzing naar het benadelingsbedrag voldoende duidelijkheid geboden over de hoogte en de duur van de maatregel. Door deze verwijzing is de maatregel bepaalbaar.
 
De Raad oordeelt dat het begrip ‘benadelingsbedrag’, zoals appellant dit begrip uitlegt, komt in de WWB niet voor en is in de Verordening niet nader omschreven. De hoogte van het benadelingsbedrag is, anders dan appellant stelt, niet bepaalbaar. De benadeling heeft hier immers niet betrekking op een afgesloten periode in het verleden. Bij de aanvraag om bijstand staat niet op voorhand vast hoelang degene die bijstand aanvraagt een beroep zal doen op bijstand en daarom kan de hoogte van het benadelingsbedrag niet al bij de aanvraag worden bepaald. Afgezien hiervan, is in artikel 13 van de Verordening niet bepaald op welke wijze afstemming in hoogte en duur van de verlaging plaatsvindt. De conclusie moet dan ook zijn dat de Verordening geen concrete criteria bevat voor het vaststellen van de hoogte en de duur van de maatregel. Het standpunt van appellant, dat bij het betonen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan uitsluiting van bijstand volgt, is niet juist. Zoals ook met appellant ter zitting is besproken, valt deze situatie immers niet onder een van de uitsluitingscategorieën van artikel 13 van de WWB.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten