Misbruik OV-chipkaart onvoldoende voor voorwaardelijk strafontslag

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Misbruik OV-chipkaart onvoldoende voor voorwaardelijk strafontslag
Utrecht, 12 mei 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 7 mei 2015 dat in de gegeven omstandigheden niet consistent is beslist en het aan appellante verleende voorwaardelijke strafontslag onevenredig is aan de haar verweten gedragingen.

Appellante is werkzaam bij de Dienst Stadstoezicht. Op 25 augustus 2009 is haar door de Dienst een OV-chipkaart (kaart) uitgereikt, zodat zij vrij kan reizen voor haar werk als bijzonder opsporingsambtenaar (boa) belast met het toezicht en de controle op het juiste gebruik van vervoersbewijzen in het openbaar vervoer. Bij een vervoersbewijscontrole op 25 april 2012 is geconstateerd dat de aan appellante verstrekte kaart werd gebruikt door de toen dertienjarige zoon van appellante.

Het vaststaande plichtsverzuim betreft uitsluitend het ten hoogste vijf maal voor privédoeleinden misbruiken van de kaart. Appellante heeft dit onrechtmatig gebruik erkend en betwist niet dat dit haar kan worden toegerekend. Zij heeft echter betoogd dat de straf van voorwaardelijk ontslag niet in verhouding staat tot het plichtsverzuim, nu het college haar als enige medewerker heeft bestraft, terwijl uit het anonieme onderzoek is gebleken dat vele collega’s, die ook boa zijn, de kaart eveneens misbruikt hebben. Het college heeft er echter voor gekozen geen nader onderzoek op naam in te stellen naar het door deze collega’s gepleegde misbruik en daar dus ook niet bestraffend tegen op te treden.
 
De Raad onderschrijft dit betoog van appellante. Uit de onderzoeksgegevens, zoals die in hoger beroep desgevraagd door het college zijn ingezonden, blijkt dat bij tien van de negentien anoniem onderzochte kaarten - dus in meer dan de helft van de gevallen - sprake was van misbruik, waarvan twee keer in een gelijke en vier keer in een grotere frequentie dan bij appellante. In twee gevallen was zelfs sprake van bijna dagelijks gebruik voor woon/werkverkeer, met een frequentie van 99 en 40 keer. Desgevraagd is namens het college verklaard dat er tussen privégebruik en gebruik voor woon/werkverkeer geen verschil in ernst wordt aangenomen. Weliswaar heeft het college gesteld dat het GVB niet bereid was de anonieme gegevens op naam herleidbaar te maken, maar het college heeft de stelling van appellante, dat de medewerkers er bij ontvangst van de kaart voor getekend hebben dat het college gemachtigd is tot individueel onderzoek naar de kaart en dat het college dus in staat was geweest tot diepgaander onderzoek, niet overtuigend weerlegd. Nu het college in alle gevallen, behalve dat van appellante, heeft gemeend te kunnen volstaan met het bekendmaken van de uitkomst van het anonieme onderzoek en een daaraan gekoppelde collectieve waarschuwing, valt niet in te zien waarom niet ook bij appellante met een waarschuwing kon worden volstaan. In de gegeven omstandigheden is niet consistent beslist en is het aan appellante verleende voorwaardelijke strafontslag onevenredig aan de haar verweten gedragingen.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten