Onrechtmatig verkregen bewijs niet betrekken bij beoordeling van de periode voor huisbezoek

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Onrechtmatig verkregen bewijs niet betrekken bij beoordeling van de periode voor huisbezoek
Utrecht, 16 juli 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 14 juli 2015 dat de enkele weigering om medewerking te verlenen aan een huisbezoek op zichzelf geen gevolgen zou hebben gehad voor het verleden. Het is gelet daarop niet juist om het onrechtmatig verkregen bewijs wel te betrekken in de beoordeling van de periode voorafgaand aan het huisbezoek.

Ter zitting heeft de Raad met partijen vastgesteld dat van “informed consent” geen sprake was. De omstandigheid dat niet is voldaan aan de eis van informed consent betekent dat inbreuk is gemaakt op het huisrecht van appellante als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het EVRM. Omdat een redelijke grond voor het huisbezoek aanwezig was, betekent de omstandigheid dat het 'informed consent' bij het binnentreden in de woning ontbrak niet dat wat tijdens het huisbezoek is verklaard en waargenomen buiten beschouwing moet blijven bij de beoordeling van het recht op bijstand. Indien appellante naar behoren zou zijn geïnformeerd en vervolgens zou hebben geweigerd aan het huisbezoek mee te werken, dan zou die weigering immers hebben meegebracht dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld, wat - gegeven de aanwezigheid van een redelijke grond - gevolgen zou hebben gehad voor het recht op bijstand. Dit is slechts anders indien het gebruik maken door het college van hetgeen tijdens het huisbezoek is verklaard en waargenomen zozeer indruist tegen wat van een behoorlijk handelend bestuursorgaan mag worden verwacht, dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht. Appellante heeft er voorts terecht op gewezen dat de zogeheten ‘indruisregel’ niet opgaat ten aanzien van de aan het huisbezoek voorafgaande periode. Aan de indruisregel ligt ten grondslag dat een weigering om aan het huisbezoek mee te werken - gegeven de aanwezigheid van een redelijke grond - gevolgen zou hebben gehad voor het recht op bijstand. Die weigering zou echter slechts gevolgen hebben gehad voor de periode vanaf de datum van het huisbezoek. De enkele weigering om medewerking te verlenen aan een huisbezoek zou op zichzelf geen gevolgen hebben gehad voor het verleden. Het is gelet daarop niet juist om het onrechtmatig verkregen bewijs wel te betrekken in de beoordeling van de periode voorafgaand aan het huisbezoek.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten