Rechtbank heeft gehandeld in strijd met beginselen van behoorlijke rechtspleging

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Rechtbank heeft gehandeld in strijd met beginselen van behoorlijke rechtspleging
Utrecht , 12 november 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 4 november 2015 dat de rechter partijen in enig stadium van de procedure in de gelegenheid moet hebben gesteld hun standpunt kenbaar te maken.

 

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het bestreden besluit gebrekkig is gemotiveerd aangezien de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een te beperkte toets heeft gehanteerd toen hij overwoog dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn ingebracht die aanleiding geven tot wijziging van het ingenomen standpunt. Vervolgens heeft de rechtbank op grond van de ingeleverde ontbrekende stukken en het op die stukken door het Uwv geplaatste stempel van de datum van ontvangst, berekend dat de tekortkoming in de re-integratie-inspanningen van werkgever is hersteld op 4 september 2012. Aangezien appellante in de periode voorafgaand aan 4 september 2012 heeft hervat in arbeid met een structureel karakter gedurende twintig uur per week en zij daarmee een loonwaarde had van meer dan 65%, heeft de rechtbank geoordeeld dat sprake was van een bevredigend re-integratieresultaat en dat het Uwv de loondoorbetalingsverplichting van werkgever dus terecht heeft bekort.

In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat geen sprake was van aangepaste werkzaamheden, omdat de dossiers voor de zittingen niet naar haar huisadres werden gestuurd terwijl dat wel was afgesproken. Dit opsturen gebeurde uiteindelijk pas in november 2012. Ook is geen sprake van structurele werkzaamheden, omdat zij zich op verschillende data weer heeft moeten ziek melden en zij bovendien drie uur per week aan studie besteedde. Volgens appellante komt dat neer op 63% van haar loonwaarde. Tot slot heeft appellante naar voren gebracht dat zij het zeer onzorgvuldig vindt dat de rechtbank bij de behandeling ter zitting de kwestie rondom het realiseren van 65% van de loonwaarde in het geheel niet aan de orde heeft gesteld waardoor de aangevallen uitspraak voor haar een verrassing was.
 
Het standpunt van appellante dat de rechtbank heeft gehandeld in strijd met de beginselen van een behoorlijke rechtspleging door bij de behandeling van het beroep op de zitting van 17 juli 2014 niet in te gaan op het realiseren van 65% van de loonwaarde, wordt onderschreven. Uit het proces-verbaal van de zitting is niet gebleken dat de rechtbank op de per 4 september 2012 gerealiseerde loonwaarde expliciet is ingegaan. Weliswaar behoort het tot de taak van de rechter om zich een eigen oordeel te vormen en naar eigen inzicht dienaangaande te beslissen, zij behoort daartoe niet over te gaan zonder partijen in enig stadium van de procedure in de gelegenheid te hebben gesteld hun standpunt dienaangaande kenbaar te maken. Appellante heeft zich met de aangevallen uitspraak dan ook terecht overvallen gevoeld.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten