Schending inzagerecht en blokkeringsrecht

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Schending inzagerecht en blokkeringsrecht
Utrecht, 21 november 2016

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 16 november 2016 dat nu appellante het niet mogelijk wenst te maken dat een medisch advies over haar gezondheidssituatie ter kennis wordt gebracht aan CIZ, er voor de Raad geen aanleiding bestaat zich te laten voorlichten door een deskundige over het antwoord op de vraag of CIZ zijn besluit op een deugdelijk en juist medisch advies heeft gebaseerd.

Met appellante is de Raad van oordeel dat zij op grond van artikel 7:446 van het Burgerlijk wetboek de gelegenheid had moeten hebben de uitslag en de gevolgtrekking van de onderzoeken te vernemen en te beslissen of daarvan mededeling zou worden gedaan aan CIZ.

Artikel 74, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen (Wet SUWI) voorziet in een uitzondering op het hiervoor beschreven inzage- en blokkeringsrecht. Deze uitzondering geldt echter niet in een geval als dit waarin een medisch adviseur een beoordeling van de gezondheidstoestand verricht zonder dat er sprake is van een handeling in verband met de uitvoering van de Wet SUWI. Nu niet is gebleken dat de medisch adviseur appellante de gelegenheid heeft geboden haar inzage- en blokkeringsrecht uit te oefenen, is dat recht geschonden.

De Raad begrijpt het standpunt van appellante aldus dat zij ten onrechte geen gelegenheid heeft gehad het inzage- en blokkeringsrecht uit te oefenen en dat als haar die gelegenheid wel was geboden, zij daarvan gebruik had gemaakt. De Raad ziet in dit standpunt aanleiding de medische adviezen niet in zijn beoordeling van het bestreden besluit te betrekken. Bezien tegen deze achtergrond en gelet op de omstandigheid dat appellante niet op objectiveerbare wijze inzicht heeft verschaft in haar gezondheidssituatie, bestaat er geen grond voor het oordeel dat appellante tekort is gedaan met de indicatie persoonlijke verzorging klasse 1. Nu appellante het niet mogelijk wenst te maken dat een medisch advies over haar gezondheidssituatie ter kennis wordt gebracht aan CIZ, bestaat er voor de Raad geen aanleiding zich te laten voorlichten door een deskundige over het antwoord op de vraag of CIZ zijn besluit op een deugdelijk en juist medisch advies heeft gebaseerd.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten