Seniorenregeling en uitlatingen gedeputeerde

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Seniorenregeling en uitlatingen gedeputeerde
Utrecht, 19 januari 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 15 januari 2015 dat appellant het verzoek van betrokkenen om hen met toepassing van de hardheidsclausule werktijdverkorting te verlenen overeenkomstig de seniorenregeling in redelijkheid niet heeft kunnen afwijzen.

 

Met het oog op de overgang van medewerkers van de provincie en de gemeenten naar de omgevingsdienst is het Sociaal beleidskader regionale uitvoeringsdiensten Zuid-Holland (Sociaal beleidskader) vastgesteld. In aanvulling op het Sociaal beleidskader heeft appellant het Regionaal Sociaal Plan overgang naar Omgevingsdienst Zuid-Holland (RSP) vastgesteld. Artikel 6:1 van het RSP bepaalt dat in individuele gevallen waarin dit sociaal plan niet voorziet of de toepassing van dit sociaal plan leidt tot een kennelijk onbillijke situatie voor een medewerker, de werkgever handelt in de geest van dit sociaal plan in een voor de medewerker gunstige zin (hardheidsclausule). Betrokkenen hebben appellant verzocht om hen met toepassing van de hardheidsclausule werktijdverkorting te verlenen overeenkomstig de seniorenregeling.

Betrokkenen maakten ten tijde van de overgang reeds gebruik van de seniorenregeling. Betrokkenen hebben zich bij hun keuze voor de overgang naar de omgevingsdienst laten leiden door de uitlatingen van de gedeputeerde waaraan zij gelet op zijn positie in het provinciebestuur betekenis mochten toekennen. Betrokkenen hebben aangevoerd en onderbouwd dat het vooruitzicht op werktijdverkorting bij hun keuze zwaar heeft gewogen. Betrokkenen hebben in de laatste twee jaar van hun aanstelling bij de omgevingsdienst aanzienlijk meer uren moeten werken dan bij voorzetting van het dienstverband bij de provincie het geval zou zijn geweest. Onder deze omstandigheden heeft appellant het verzoek van betrokkenen om hen met toepassing van de hardheidsclausule werktijdverkorting te verlenen overeenkomstig de seniorenregeling in redelijkheid niet - voor het grootste deel - kunnen afwijzen. Betrokkenen worden in voldoende mate gecompenseerd door betaling van een bedrag berekend door vermenigvuldiging van hun uurloon bij uitdiensttreding met de door hen gemiste uren werktijdverkorting.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten