Tijdelijke verschillen in rechtspositie tussen politieambtenaren van verschillende voormalige korpsen gerechtvaardigd

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Tijdelijke verschillen in rechtspositie tussen politieambtenaren van verschillende voormalige korpsen gerechtvaardigd
Utrecht, 23 juli 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in een uitspraak van 23 juli 2015 dat na de vorming van de Nationale Politie per 1 januari 2013 tijdelijke verschillen in rechtspositie tussen politieambtenaren van verschillende voormalige korpsen gerechtvaardigd zijn.

Om de arbeidsvoorwaarden van de voormalige korpsen te uniformeren, heeft de korpschef het Overgangsprotocol Nationalisering Politie in Nederland (Overgangsprotocol) vastgesteld. Daarin is onder meer opgenomen dat de uniformering uiterlijk 1 januari 2014 zal zijn afgerond.

De uitspraak gaat over een regionale eenheid die is ontstaan uit twee voormalige politieregio’s. Politieambtenaren van het ene voormalige korps ontvangen een bepaalde vergoeding, terwijl daar geen aanspraak op bestaat. Een aantal politieambtenaren van het andere korps heeft verzocht die vergoeding ook aan hen toe te kennen. Daarbij hebben zij zich beroepen op het gelijkheidsbeginsel. Dat verzoek heeft de korpschef afgewezen. Daaraan is ten grondslag gelegd dat het tijdelijke verschil in behandeling volgt uit het Overgangsprotocol. Verder is erop gewezen dat tussen de voormalige korpsen nog meer verschillen in rechtspositie bestaan. Die verschillen zijn in het ene geval ten voordele van het ene korps en in andere gevallen ten voordele van het andere korps. Daarom moet volgens de korpschef een saldobenadering worden gekozen in plaats van het beoordelen van ieder verschil in arbeidsvoorwaarde afzonderlijk.
 
De Centrale Raad van Beroep is met de korpschef van oordeel dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. De tijdelijke voortzetting van verschillen in rechtspositie moet worden bezien in het bredere kader van de talrijke verschillen tussen korpsregelingen van de voormalige politieregio’s, die moesten worden geharmoniseerd. Dit is een omvangrijke operatie, die geruime tijd vergt. Daarin en in de gekozen saldobenadering wordt een voldoende rechtvaardiging gezien voor het tijdelijk laten voortleven van verschillen in rechtspositie totdat een landelijke regeling tot stand is gekomen.
 
Deze zaken gaan over een tijdvak in 2013 en niet (mede) over de periode vanaf 1 januari 2014. Ten overvloede overweegt de Centrale Raad van Beroep dat de bepaling dat de uniformering uiterlijk 1 januari 2014 zal zijn afgerond, een streefnorm is waaraan geen afdwingbare aanspraken kunnen worden ontleend. Wel mag van alle bij de uniformering betrokkenen - naast zorgvuldigheid - een grote mate van voortvarendheid worden verwacht. Naarmate meer korpsregelingen geüniformeerd worden, zal de saldobenadering steeds minder rechtvaardiging bieden voor nog resterende verschillen in rechtspositie.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten