Toetsingsmaatstaf voor de beoordeling of sprake is van hetzelfde feit

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Toetsingsmaatstaf voor de beoordeling of sprake is van hetzelfde feit
Utrecht, 01 oktober 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 20 september 2015 dat de feiten waarvoor appellant door de strafrechter is veroordeeld de overtreding van de Opiumwet en diefstal betreffen. Het gaat daarbij niet alleen om feitelijk andere gedragingen, maar ook om strafbare gedragingen die zijn geschreven met het oog op de bescherming van andere belangen dan het belang dat aan de orde is in de sociale zekerheid.

De Hoge Raad heeft zijn arrest van 1 februari 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BM9102) de maatstaf voor de beoordeling of sprake is van “hetzelfde feit” in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) verduidelijkt. Daarbij heeft de Hoge Raad uitgesproken dat, gelet op de wetsgeschiedenis, moet worden aangenomen dat aan de omstandigheid dat in artikelen 5:43 en 5:44 Awb uiteenlopende uitdrukkingen worden gebezigd, geen betekenis toekomt en dat beide bepalingen doelen op “hetzelfde feit” in de zin van artikel 68 Sr.

Toepassing van deze toetsingsmaatstaf leidt tot de conclusie dat in dit geval geen sprake is van dezelfde gedraging. Weliswaar is de context waarin de beboete gedraging heeft plaatsgevonden dezelfde, namelijk de aanwezigheid van een hennepkwekerij in de woning van appellant, maar dat is niet de gedraging waarvoor het Uwv de boete heeft opgelegd. Die beboetbare gedraging heeft bestaan uit het niet verstrekken van relevante informatie voor de vaststelling van het recht op (arbeidsongeschiktheids)uitkering en toeslag aan het Uwv. De feiten waarvoor appellant door de strafrechter is veroordeeld betreffen daarentegen de overtreding van de Opiumwet en diefstal, waarbij het niet alleen gaat om feitelijk andere gedragingen, maar ook om strafbare gedragingen die zijn geschreven met het oog op de bescherming van andere belangen dan het belang dat aan de orde is in de sociale zekerheid. Het opleggen van de bestuurlijke boete is in het geval van appellant daarom niet in strijd met artikel 5:44, eerste lid, van de Awb.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten