WW-dagloon langdurig zieke werknemers, buiten toepassing laten artikel 6, lid 1, Dagloonbesluit 2015

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > WW-dagloon langdurig zieke werknemers, buiten toepassing laten artikel 6, lid 1, Dagloonbesluit 2015
Utrecht, 14 december 2017

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 29 november 2017 dat het UWV artikel 6, eerste lid, van Dagloonbesluit 2015 buiten toepassing dient te laten in zowel de zuivere als de onzuivere <35-situatie.

Met ingang van 1 juli 2015 is artikel 45 van de WW vervallen en is in artikel 1b van de WW de berekening van het dagloon vastgelegd. Vanwege onder meer de wijzigingen in de WW is Dagloonbesluit 2013 bij besluit van 9 april 2015 gewijzigd in Dagloonbesluit 2015. Het opschrift van artikel 6 van Dagloonbesluit 2013 is gewijzigd in ‘Loon in geval van verlof tijdens dienstbetrekking’. Het eerste lid is gewijzigd als gevolg waarvan vanaf 1 juli 2015 het in de referteperiode genoten loon wordt gedeeld door 261, ook al is dat loon in (een deel van) die periode gesteld op 70% van het loon.

De besluitgever heeft met de wijziging van artikel 6, eerste lid, van Dagloonbesluit 2013 de belangen van zowel de werknemers die vallen onder de zuivere als de onzuivere <35-situatie miskend en heeft in redelijkheid niet tot vaststelling van artikel 6, eerste lid, van Dagloonbesluit 2015 kunnen komen zonder een regeling op te nemen die rekening houdt met de belangen van de werknemers die tijdens de referteperiode minder loon hebben genoten wegens ziekte. Aan de inhoud en de wijze van totstandkoming van artikel 6, eerste lid, van Dagloonbesluit 2015 kleeft dan ook een zodanig ernstig feilen dat dit artikellid om die reden niet als grondslag kan dienen voor daarop in deze situaties te baseren besluiten.

Dit betekent dat het UWV artikel 6, eerste lid, van Dagloonbesluit 2015 buiten toepassing dient te laten in zowel de zuivere als de onzuivere <35-situatie. Voor de zuivere <35-situatie is met ingang van 1 januari 2017 in Dagloonbesluit 2016 al voorzien in een oplossing voor het geconstateerde gebrek. Het ligt dan ook voor de hand om bij de nieuw te nemen beslissingen op bezwaar, die zien op de periode tussen 1 juli 2015 tot 1 januari 2017, aansluiting te zoeken bij Dagloonbesluit 2016. Dit betekent dat het UWV bij de berekening van het dagloon met toepassing van artikel 2, achtste lid, van Dagloonbesluit 2016 zal moeten uitgaan van een referteperiode van één jaar die eindigt op de laatste dag van het aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden. Voor de onzuivere <35-situatie, waarvoor de besluitgever nog niets heeft geregeld, dient het UWV ook aansluiting te zoeken bij hetgeen is geregeld in artikel 2, achtste lid, van Dagloonbesluit 2016. Op deze wijze worden beide situaties gelijk behandeld, is er sprake van eenduidig toegepaste regelgeving en wordt rekening gehouden met de gewijzigde systematiek van de referteperiode in Dagloonbesluit 2015 ten opzichte van Dagloonbesluit 2013.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten