Werknemers van een commercieel bedrijf mogen uitwonende studerende controleren

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Werknemers van een commercieel bedrijf mogen uitwonende studerende controleren
Utrecht, 03 december 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 2 december 2015 dat de minister het toezicht op de controle van uitwonende studerende mag uitbesteden aan werknemers van een commercieel bedrijf.

De Raad is van oordeel dat artikel 9.1a, eerste lid, onder a, van de Wsf 2000 in verbinding met artikel 5:11 van de Awb, en de bij die bepalingen horende wetsgeschiedenis, bezien in samenhang met de in de praktijk gegeven sturing door de minister aan de controleurs en de afwezigheid van een commercieel belang bij het resultaat van de controle door de gekozen bezoldigingsafspraken, een voldoende wettelijke grondslag biedt om werknemers van een private partij als SV Land te belasten met het toezicht op de naleving van artikel 1.5 van de Wsf 2000. Dit betekent dat de minister een besluit tot herziening van de uitwonendenbeurs in een thuiswonendenbeurs in beginsel mag baseren op de resultaten van een huisbezoek dat is verricht door deze personen.

Dat de Raad in zijn uitspraak van 16 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2947 (bijstandsuitspraak) heeft geoordeeld dat de medewerkers van SV Land niet bevoegd waren tot het door hen in die zaken verrichte onderzoek, betekent, anders dan appellante meent, niet dat de Raad in de onderhavige zaak tot eenzelfde oordeel zou moeten komen. In de bijstandsuitspraak is bepaald dat het de gemeente, ingevolge de tekst en wetsgeschiedenis van artikel 7, vierde lid, van de Wet werk en bijstand (WWB), bezien in samenhang met de wetsgeschiedenis van de Wet Suwi, verboden is de kerntaken van de uitvoering van de WWB uit te besteden aan private bedrijven. Artikel 9.1a van de Wsf 2000, en de daarbij horende geschiedenis van de totstandkoming, geeft daarentegen een positieve wettelijke grondslag voor het door - personen werkzaam bij - private bedrijven verrichten van onderzoek naar het recht op een uitwonendenbeurs door middel van een controle op de naleving van artikel 1.5 van de Wsf 2000. Voorts zijn de medewerkers van SV Land bij de controle op de naleving van artikel 1.5 van de Wsf 2000, anders dan in de bijstandsuitspraak het geval was, niet werkzaam op basis van een ‘no cure no pay’-overeenkomst. In de met SV Land gesloten overeenkomst adrescontrole studiefinanciering is bepaald dat er een vast bedrag per dossier betaald wordt. Hierdoor wordt voorkomen dat bij de uitkomst van de uitvoering van de publieke taak een financieel belang bestaat. Een derde verschilpunt is dat de medewerkers van SV Land bij de adrescontrole in het kader van de Wsf 2000, minder zelfstandig invulling kunnen geven aan hun onderzoek. Er is meer regie van de zijde van de minister, onder meer door de afspraken in de overeenkomst adrescontrole studiefinanciering en de DUO-richtlijnen voor controleurs.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

 

 

Uitspraken

Meest gelezen berichten