Wettelijk systeem voor de verlening, verantwoording en vaststelling van een pgb

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Wettelijk systeem voor de verlening, verantwoording en vaststelling van een pgb
Utrecht, 15 december 2016

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraken van 14 december 2016 hoe het wettelijk systeem voor de verlening, verantwoording en vaststelling van een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Regeling subsidies AWBZ (Rsa) moet worden begrepen.

Het zorgkantoor verleent de verzekerde een pgb indien de aanvraag aan de wettelijke voorwaarden voor verlening beantwoordt. Het verleningsbesluit opent de weg voor bevoorschotting. De Rsa voorziet in twee verantwoordingsmomenten: een tussentijdse verantwoording van de besteding van het voorschot van het pgb in de eerste helft van het kalenderjaar indien sprake is van een pgb dat op jaarbasis meer dan € 5.000,- bedraagt en een eindverantwoording van de besteding van het voorschot van het pgb voor de gehele subsidieperiode na afloop van de subsidieperiode. Het tussentijdse verantwoordingsbesluit kan enkel betrekking hebben op de vraag of de verantwoorde zorg zich kwalificeert als een aangewezen vorm van AWBZ-zorg. In de Rsa is geregeld dat de eindverantwoording dient als aanvraag tot vaststelling van het pgb. Het bedrag van het pgb kan in de situatie dat niet is voldaan aan de aan het pgb verbonden verplichtingen in het vaststellingsbesluit op een lager bedrag worden vastgesteld dan het bedrag van het verleende pgb. In dat geval kan  het zorgkantoor in dat besluit tevens beslissen dat het verleende voorschot geheel of gedeeltelijk wordt teruggevorderd.

Indien bezwaar of beroep wordt ingesteld tegen beslissingen in het tussentijdse verantwoordingsbesluit over de vraag of de verzekerde zich aan zijn verplichtingen in het kader van het pgb heeft gehouden, anders dan de verplichting om het pgb te besteden aan aangewezen vormen van AWBZ-zorg, dan worden die buitenwettelijke beslissingen geacht deel uit te maken van het vaststellingsbesluit. Is tegen het vaststellingsbesluit afzonderlijk bezwaar of beroep ingesteld dan worden de gronden van het bezwaar of beroep tegen het buitenwettelijke deel van het tussentijdse verantwoordingsbesluit beoordeeld in het kader van die procedure. Zijn tegen het vaststellingsbesluit (nog) geen rechtsmiddelen aangewend, dan wordt het bezwaar of beroep tegen het buitenwettelijke deel van het tussentijdse verantwoordingsbesluit om redenen van rechtsbescherming geacht te zijn gericht tegen een vaststellingsbesluit. Hetzelfde geldt indien een zorgkantoor een tussentijdse verantwoordingsbeslissing neemt over een andere periode dan het eerste half jaar van de subsidieperiode, bijvoorbeeld het tweede half jaar van de subsidieperiode.

Een bezwaar of beroep dat is gericht tegen het tussentijdse verantwoordingsbesluit over de kwalificatie van de verantwoorde zorg wordt niet geacht mede te zijn gericht tegen het vaststellingsbesluit. Is dit tussentijdse besluit in rechte onaantastbaar geworden, dan staat het de verzekerde vrij om bij de eindverantwoording ten behoeve van de vaststelling van het pgb nadere informatie te verstrekken en nadere stukken in te dienen die van belang zijn voor de kwalificatie van de geboden zorg, ook als deze is geleverd in het eerste half jaar van de subsidieperiode. Het zorgkantoor dient deze informatie en deze stukken te betrekken bij zijn beoordeling in het vaststellingsbesluit of de geboden zorg in de gehele subsidieperiode zich kwalificeert als AWBZ-zorg. Indien de verzekerde geen nadere informatie verstrekt of nadere stukken verstrekt, kan het bestuursorgaan in het vaststellingsbesluit verwijzen naar zijn oordeel over de kwalificatie van de zorg in het tussentijdse verantwoordingsbesluit.

In de zaak 15/1475, ECLI:NL:CRVB:2016:4641, gaat het hoger beroep over de tussentijdse verantwoording van de besteding van het pgb in het tweede half jaar van 2013. Dit besluit wordt geacht deel uit te maken van het vaststellingsbesluit.

In de zaak 14/6377, ECLI:NL:CRVB:2016:4642, gaat het hoger beroep over de tussentijdse verantwoording van de besteding van het pgb in het eerste half jaar van 2012. In geschil is het ten laste van het pgb in rekening gebrachte tarief voor de verantwoorde zorg. Het Zorgkantoor heeft deze verantwoording voor een deel afgekeurd omdat een hoger tarief in rekening is gebracht dan is toegestaan. Het bezwaar tegen deze buitenwettelijke beslissing wordt geacht deel uit te maken van het vaststellingsbesluit.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten