Wettelijke rente bij herzieningsbesluit

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Wettelijke rente bij herzieningsbesluit
Utrecht, 27 oktober 2016

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 27 oktober 2016 dat het UWV wettelijke rente dient te vergoeden over het bedrag van € 40.140,62 over de termijn tussen de betaling ervan door betrokkene en de terugbetaling aan betrokkene.

Nu het UWV de eerder in 2004 vastgestelde premienota’s en boetebesluiten heeft herzien en nader vastgesteld op lagere bedragen moet geconcludeerd worden dat uit de besluiten van 28 januari 2011 voor het UWV een betalingsverplichting jegens betrokkene voortvloeit. Deze betalingsverplichting is vastgesteld en ontstaan na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 25 juni 2009 tot aanvulling van de Awb. Dit betekent dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat artikel 4:102 van de Awb van toepassing is op deze betalingsverplichting van het UWV. Het UWV is op grond van artikel 4:102 van de Awb verplicht is tot vergoeding van wettelijke rente aan betrokkene. Gezien de verplichting tot betaling van wettelijke rente is er voldoende aanleiding om, doende wat de rechtbank zou behoren te doen, te bepalen dat het UWV aan betrokkene de wettelijke rente dient te vergoeden over het bedrag van € 40.140,62 over de termijn tussen de betaling ervan door betrokkene en de terugbetaling aan betrokkene.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten