Ziekengeld en twee dienstbetrekkingen, wijziging jurisprudentie

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Ziekengeld en twee dienstbetrekkingen, wijziging jurisprudentie
Utrecht, 29 augustus 2016

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 18 augustus 2016 dat anders dan voorheen de Raad thans van oordeel is dat er voldoende aanknopingspunten zijn om bij de beoordeling van de aanspraak op een ZW-uitkering het bestaan van een tweede dienstbetrekking voor bepaalde tijd naast een eerder tot stand gekomen dienstbetrekking voor onbepaalde tijd aan te nemen.

De Raad heeft in zijn uitspraak van 18 februari 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AF5806 (USZ 2003/188) overwogen dat er geen grond is om een splitsing in twee dienstbetrekkingen tussen dezelfde werknemer en werkgever te maken als de werkzaamheden in de extra uren niet wezenlijk verschillen van het werk binnen de contractueel vastgelegde uren, en er ook overigens geen verschillende arbeidsvoorwaarden gelden.
De Raad is thans van oordeel dat er in een geval als dat van appellante voldoende aanknopingspunten zijn om bij de beoordeling van de aanspraak op een ZW-uitkering het bestaan van een tweede dienstbetrekking voor bepaalde tijd naast een eerder tot stand gekomen dienstbetrekking voor onbepaalde tijd aan te nemen. Geen wetsbepaling staat eraan in de weg dat appellante en werkgeefster meerdere naast elkaar bestaande arbeidsovereenkomsten konden sluiten. Ook de toepasselijke cao verbiedt zodanige naast elkaar aanwezige arbeidsovereenkomsten niet. In de, elkaar opvolgende, overeenkomsten voor bepaalde tijd hebben partijen specifieke redenen opgenomen waarom zij die overeenkomsten zijn aangegaan en wat de arbeidsomvang en (maximum)duur van die overeenkomsten is. Duidelijk is kenbaar gemaakt dat zij aan te onderscheiden delen van hun arbeidsverhouding afzonderlijke rechtsgevolgen hebben willen verbinden. Dat de werkzaamheden in beide dienstverbanden die van voorschoolleidster behelsden, de werkzaamheden in die dienstverbanden niet wezenlijk van elkaar verschilden, en in zowel de overeenkomst voor onbepaalde tijd als in die voor bepaalde tijd de toepasselijke cao is vermeld, doet aan het bestaan van zelfstandig naast elkaar aangegane arbeidsovereenkomsten niet af. Het voortduren van de overeenkomst voor onbepaalde tijd van appellante met werkgeefster is dan ook geen beletsel voor een aanspraak van appellante op ziekengeld - wegens ziekte na eindiging van de tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd - aangezien appellante na eindiging van die arbeidsovereenkomst daaruit geen loonaanspraken meer op werkgeefster had.

Uitspraken

Meest gelezen berichten