Zorgplicht Minister van Defensie

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Zorgplicht Minister van Defensie
Utrecht, 26 augustus 2015

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 20 augustus 2015 dat de zorgplicht van de minister op voorhand niet strekt tot het uitbannen van ieder denkbaar risico, maar tot het treffen van alle maatregelen die in de gegeven situatie redelijkerwijs van de minister kunnen worden gevergd om de veiligheid van het personeel te waarborgen.

Appellant, ten tijde van belang werkzaam als adjudant onderofficier, is tijdens een dienstreis op 12 februari 2010 met een civiele dienstauto bij het inhalen van een vrachtwagen op de A28 met de linker wielen over de doorgetrokken streep in een sneeuwlaagje bij de middenberm/vangrail gereden. De sneeuw was in de dagen ervoor gevallen. De auto is in een slip geraakt, over de kop geslagen en daarna op vier wielen tot stilstand gekomen. Na het ongeluk is bij appellant de diagnose postwhiplash syndroom graad 2 vastgesteld. Voorts ondervindt hij toegenomen tinnitusklachten.

Bij brief van 7 augustus 2012 heeft appellant de minister aansprakelijk gesteld voor de schade die hij heeft geleden en zal lijden als gevolg van het ongeval. Appellant heeft aan dit verzoek ten grondslag gelegd dat de minister zijn zorgplicht heeft geschonden, dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door de civiele dienstauto niet uit te rusten met winterbanden.
Anders dan appellant betoogt, strekt de zorgplicht van de minister niet zover dat hij elke dienstauto voor het gebruik in Nederland in de winterperiode standaard moet voorzien van winterbanden. Wel kunnen de weersomstandigheden in de winterperiode soms zodanig zijn dat de minister in strijd met de zorgplicht handelt als hij geen maatregelen treft om te voorkomen dat gebruik wordt gemaakt van dienstauto’s die niet zijn voorzien van winterbanden.
 
De weersomstandigheden waren op de dag van het ongeluk van appellant niet zodanig dat de minister in strijd met zijn zorgplicht heeft gehandeld door appellant te laten rijden in een dienstauto die niet was voorzien van winterbanden. Ten tijde en ter plaatse van het ongeluk viel er immers geen neerslag en waren de rijbanen vrij van sneeuw en normaal begaanbaar. Verder volgt uit de verklaring van appellant, opgenomen in het Proces-verbaal van ongeval van 16 februari 2010, dat het ongeluk is ontstaan als gevolg van het feit dat de linker wielen
- buiten de linker rijbaan - in een sneeuwlaagje bij de middenberm/vangrail kwamen en zijn gaan spinnen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de dienstauto als gevolg van het ontbreken van winterbanden buiten de rijbaan is geraakt. Ook overigens is niet gebleken dat de dienstauto onveilig was.
 
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
 
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten