Historie

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Ontstaansgeschiedenis

Op 15 april 2003 was het honderd jaar geleden dat de Centrale Raad van Beroep zijn rechtsprekende taak aanving. Op die dag heeft de Raad ook zijn honderdjarig jubileum gevierd. Daarmee is de Raad de oudste bestuursrechtelijk appelrechter in het land. In 1901 werd de eerste sociale verzekeringswet in Nederland van kracht: de Ongevallenwet. In artikel 75 van de Ongevallenwet was geregeld dat over beslissingen ingevolge de bepalingen van die wet beroep open staat, geoordeeld werd door Raden van Beroep en in hoogste instantie door een College van het Rijk. Ter uitvoering van dit artikel is uiteindelijk bij wet van 8 december 1902, Stb. 208 (de Beroepswet) de Centrale Raad van Beroep in het leven geroepen. Vanaf 1903 is de Raad daadwerkelijk gaan oordelen over geschillen inzake de Ongevallenwet.

Het gebied waarop de Raad rechtspreekt is in de loop van de achter ons liggende eeuw gewijzigd: er zijn taken bijgekomen en verdwenen. Gebleven is de rechtspraak op het gebied van de sociale zekerheid. Het jubileum van de Centrale Raad van Beroep op 15 april 2003 markeerde daarom tevens honderd jaar ontwikkeling van de sociale zekerheid in Nederland.

 

Samenstelling

De Centrale Raad van Beroep beraadslaagde en besliste in de beginperiode met vijf leden (inclusief de voorzitter). In 1911 is de samenstelling van de kamers teruggebracht tot drie leden. In 1903 was de Raad samengesteld uit één voorzitter, één ondervoorzitter en acht leden. De Raad bestaat thans uit een college van 56 rechters.

 

Rechtsmacht (werkgebied)

Heden ten dage is de Centrale Raad van Beroep belast met rechtspraak in hoger beroep in zaken op het gebied van sociale zekerheid zoals de Werkloosheidswet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en bijstand, Algemene Kinderbijslagwet, Algemene ouderdomswet, de Wet op de studiefinanciering en met de rechtspraak in ambtenarenzaken. Op deze gebieden spreekt de Raad recht in hoogste instantie.

De Raad spreekt recht in enige aanleg in zaken van oorlogsgetroffenenrecht en in zaken betreffende rechtspositie van rechterlijke ambtenaren.
De rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is van groot belang geweest voor de ontwikkeling van het bestuursrecht als zelfstandig rechtsgebied naast het burgerlijk recht en het strafrecht. De Raad heeft bijvoorbeeld een pioniersrol vervuld in de ontwikkeling van de beginselen van behoorlijk bestuur. Nog steeds is zijn rechtspraak richtinggevend zoals duidelijk is gebleken na de inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht in 1994.

 

Procesrecht

In de Beroepswet van 1902 waren naast bepalingen over de Raad ook regels over het procesrecht opgenomen. De Beroepswet is meer dan eens gewijzigd. De belangrijkste wijziging in het procesrecht is tot stand gekomen door de invoering van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van 1 januari 1994. De procedurele regels zijn thans in die wet terug te vinden. De Beroepswet bevat een aantal artikelen over de samenstelling en werkwijze van de Raad.

 

Historie (uitgebreid)

Mr. W. Faber, oud-voorzitter van de voormalige raad van beroep te 's-Gravenhage, schreef een artikel over de geschiedenis en organisatie van de Centrale Raad van Beroep. Dit artikel is eerder gepubliceerd in de ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Centrale Raad van Beroep uitgegeven jubileumbundel ‘Centrale Raad van Beroep 1903-2003’.
Het artikel is onderverdeeld in: