Huisartsentarieven opnieuw beoordeeld

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCollege van Beroep voor het bedrijfsleven > Nieuws > Huisartsentarieven opnieuw beoordeeld
Den Haag, 03 november 2016

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) bevestigt vandaag dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een contract tussen huisarts en zorgverzekeraar mag blijven verlangen, maar niet voor alle verrichtingen die een huisarts doet.

De uitspraak die het CBb vandaag doet is een vervolg op de uitspraak van 1 december 2015. Daarin deed het CBb uitspraak over de door de NZa vastgestelde huisartsentarieven, onder meer over de eis dat de huisarts met de verzekeraar een overeenkomst moet sluiten voordat hij een rekening kan sturen (het contractvereiste). Het CBb beklemtoonde toen de vrijheid van de patiënt om zich te wenden tot de huisarts van zijn keuze. Die vrijheid staat onder druk als de gekozen arts bepaalde behandelingen niet in rekening mag brengen.

De NZa en huisartsen legden deze uitspraak verschillend uit. De huisartsen lazen dat de NZa het contractvereiste in het geheel niet meer mag stellen. Volgens de NZa verhindert de uitspraak haar niet het contractvereiste te hanteren voor aanvullende vergoedingsmogelijkheden, zoals resultaatbeloning, zolang de zorg waar de patiënt om vraagt door de huisarts ook zonder contract kan worden geleverd en gedeclareerd.

Het CBb oordeelt vandaag dat de NZa de uitspraak van 1 december 2015 correct heeft begrepen, maar stelt tegelijk vast dat de NZa het contractvereiste ten onrechte handhaaft voor enkele prestaties, waar dat wel degelijk een inbreuk op de vrije artsenkeuze kan maken. Het gaat daarbij om de inzet van een Praktijkondersteuner Geestelijke Gezondheidszorg en multidisciplinaire zorg voor bepaalde chronische aandoeningen (DM type 2, VRM, COPD, astma). Het CBb aanvaardt verder niet dat huisartsen automatisch geen enkele vergoeding krijgen als zij niet voldoen aan hun plicht om avond-, nacht- of weekenddiensten te organiseren en past de Tariefbeschikking 2016 daarop aan.

Deze uitspraak is definitief, het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) is de eindrechter in deze zaak. De volledige uitspraak is via onderstaande link te raadplegen. Bij verschil tussen dit persbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met:
Celeste de Wit, afdeling persvoorlichting, tel. 088 362 0454 of 088 362 3910.

* Uitspraak van het College van 1 december 2015, ECLI:NL:CBB:2015:370 (zie ook de uitspraak van 21 december 2015, ECLI:NL:CBB:2015:433)

Uitspraken

Meest gelezen berichten