Laboratoriumuitslag MKZ-zaken Kamperveen juist

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCollege van Beroep voor het bedrijfsleven > Nieuws > Laboratoriumuitslag MKZ-zaken Kamperveen juist
Den Haag, 30 juni 2015

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) deed op 30 juni 2015 uitspraak in de lang slepende MKZ-zaak Kamperveen.

In februari 2001 brak in het Verenigd Koninkrijk mond- en klauwzeer (mkz) uit en in maart 2001 stak die besmettelijke dierziekte ook de kop op bij een geitenhouderij in Oene. Vanaf die geitenhouderij waren kort daarvoor 68 dieren vervoerd naar een boerderij in Oosterwolde. Het laboratorium ID-Lelystad onderzocht de in Oosterwolde afgenomen monsters en daarbij bleken er 47 van de 57 positief. ID-Lelystad concludeerde toen dat ook de boerderij in Oosterwolde besmet was. Vervolgens liet de staatssecretaris van Economische Zaken alle veehouderijen binnen een cirkel van 2 kilometer van die boerderij ruimen. Deze zaken zijn aangespannen door die gedupeerde veehouders.

In 2005 stelde het CBb in deze zaak vragen aan het Europese Hof van Justitie (ECLI:NL:CBB:2005:AT5805), waarop dat Hof op 7 juli 2007 antwoord gaf (zaken C-222/05 en C-225/05). Op 19 december 2008 (ECLI:NL:CBB:2008:BH2628) oordeelde het CBb dat de staatssecretaris op grond van het EU-recht verplicht was om direct preventieve maatregelen te nemen zonder de veehouders vooraf de gelegenheid te bieden kennis te nemen van het labonderzoek. Maar in de bezwaarprocedure had hij de veehouders wel inzage moeten geven in de dossiers van ID-Lelystad. Daarom moest de bezwaarprocedure over en kreeg de staatssecretaris de opdracht opnieuw te beslissen op de door de veehouders ingebrachte bezwaren. Op 7 november 2013 voldeed de staatssecretaris aan die opdracht.

Het CBb oordeelt dat de staatssecretaris op goede gronden heeft geconcludeerd dat de betwiste vaststelling van het laboratorium juist was. ID-Lelystad gebruikte een test, die een verkorte (van twee in plaats van acht verdunningsstappen) vorm was van de normaal gebruikte test. Voor het verkrijgen van een betrouwbaar resultaat volstonden de toegepaste verdunningen 1:8 en 1:16, omdat het lab alleen hoefde vast te stellen of sprake was van mkz en op dat moment de concentratie van antistoffen van geen belang was. Overigens zijn de monsters later wel volledig uitgetitreerd en die uitslagen bevestigen de uitslagen van de verkorte test.
 
Deze uitspraak is definitief, het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) is de eindrechter in deze zaak.
 
De volledige uitspraak is via onderstaande link te raadplegen. Bij verschil tussen dit persbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.
 
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met:
Celeste de Wit, afdeling persvoorlichting, tel. 070 381 3934 of 070 381 3910.

Uitspraken

Meest gelezen berichten