18 jaar cel voor schietpartij met dodelijke afloop in Amsterdam op 4 mei 2011

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Amsterdam > Nieuws > 18 jaar cel voor schietpartij met dodelijke afloop in Amsterdam op 4 mei 2011
Amsterdam, 07 april 2015

Het gerechtshof heeft verdachte Ali G. wegens doodslag op twee personen en een poging daartoe op een derde persoon veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 jaren. Het gerechtshof Amsterdam heeft vandaag uitspraak gedaan in de strafzaak.

De rechtbank Amsterdam had de verdachte op 11 juli 2013 veroordeeld tot 25 jaar cel voor meervoudige moord en poging tot moord, na een eis van de officier van justitie tot levenslange gevangenisstraf. Zowel het openbaar ministerie als de verdachte hadden daartegen hoger beroep ingesteld. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal - gelet op de aangescherpte eisen van de Hoge Raad - bewezenverklaring gevorderd voor meervoudige doodslag en poging daartoe en 20 jaar cel geëist tegen de verdachte.

Feiten

Op 4 mei 2011 is de verdachte verschenen bij een bespreking bij het garagebedrijf van zijn neven. De verdachte, die zich vooraf had bewapend, werd daarbij door twee personen vergezeld. De andere partij bestond uit vier personen. In het kantoor was sprake van een onrustige en agressieve sfeer, waarbij door de verdachte en een ander een vuurwapen is getrokken. Door tussenkomst van de aanwezigen leek de situatie gesust. Toen de groep van vier zich in de richting van de uitgang bewoog, escaleerde de situatie nogmaals. De verdachte heeft opnieuw zijn vuurwapen getrokken en een schot gelost in de richting van de deur, waarna hij zijn wapen in één keer leeg heeft  geschoten. Twee personen overleefden dat niet, een derde persoon raakte zwaargewond. Ook de verdachte zelf is bij de schietpartij door een kogel getroffen.

Noodweer/noodweerexces

Het hof heeft het door de verdediging geschetste scenario verworpen dat een van de anderen als eerste op de verdachte heeft geschoten en dat hij in een reflex heeft teruggeschoten en dat sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar waartegen hij zich mocht verdedigen. Het hof heeft niet aannemelijk geacht dat er sprake was van een (dreigende) aanval, zodat het schieten door de verdachte niet als verdedigend kan worden aangemerkt. Om die reden komt de verdachte geen beroep op noodweer toe. Nu geen sprake was van een noodweersituatie, kan geen beroep op noodweerexces worden gedaan. 

Lagere straf

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van moord. Het hof komt toch tot een lagere straf dan door de advocaat-generaal gevorderd, omdat het rekening houdt met straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd en met het feit dat de verdachte bij de schietpartij ook zelf gewond is geraakt.

Uitspraken

Meest gelezen berichten