Hof wijst vordering consument tegen bank tot vergoeding onderwaarde woning af

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Amsterdam > Nieuws > Hof wijst vordering consument tegen bank tot vergoeding onderwaarde woning af
Amsterdam, 31 mei 2016

Bank heeft niet onzorgvuldig jegens consument gehandeld

Een vordering tot vergoeding door de bank van een te verwachten restschuld bij verkoop van een woning is vandaag door het gerechtshof Amsterdam afgewezen. Volgens het hof is niet komen vast te staan dat de werkelijke waarde van de woning bij het verstrekken van de hypotheek in 2006 lager was dan de getaxeerde waarde.

Overkreditering?

In de zaak is aan de orde of de bank haar zorgplicht heeft geschonden door de eiser begin 2006 niet te waarschuwen voor het gevaar dat hij door de dalende huizenmarkt zijn woning alleen nog zou kunnen verkopen met een restschuld. Volgens de eiser had de bank dit moeten weten omdat door overmatige kredietverstrekking door banken de huizenprijzen in 2006 buitensporig waren gestegen. Hierdoor was de getaxeerde waarde van de woning volgens hem niet meer reëel. De restschuld is volgens de eiser aan te merken als schade.

Geen algemene uitspraak

Het hof stelt voorop dat deze zaak alleen gaat over dit concrete geschil tussen de eiser en de bank en niet over de vraag of de banken in algemene zin schuldig zijn aan overkreditering, het ontstaan van “de kredietcrisis” of de daling van de gemiddelde huizenprijs in Nederland.

Risico voor eiser duidelijk

De gevraagde hypothecaire lening van € 1.050.000,-lening was bestemd voor de aflossing van een al bestaand krediet en de betaling van het restant van de bouwkosten voor de woning. Uit de in opdracht van de eiser verrichte taxatie bleek dat de executiewaarde van € 990.000,- van de woning op dat moment al lager was dan de gevraagde geldlening. De bank heeft daarom ook extra zekerheden gevraagd en gekregen en dat alles was ook bij eiser bekend. De bank mocht ervan uitgaan dat de substantiële kans van een restschuld voor eiser duidelijk was.

Onvoorziene omstandigheden?

Het is niet zo dat de bank in januari 2006 had moeten voorzien wat er enkele jaren later met de woningmarkt zou gaan gebeuren. De bank hoefde daar dan ook niet voor te waarschuwen
Verder is het een feit van algemene bekendheid dat de verkoopprijzen van woningen in Nederland onder invloed van conjuncturele en marktontwikkelingen zowel kunnen stijgen als dalen. Eiser weet dat ook en dat komt voor zijn rekening.

Vonnis rechtbank bekrachtigd

Eerder al had de rechtbank Amsterdam de vorderingen van de eiser afgewezen. Dat vonnis is nu door het hof bekrachtigd.

Uitspraken

Meest gelezen berichten