Klagers niet-ontvankelijk verklaard in gewenste vervolging Samsom en Spekman

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Amsterdam > Nieuws > Klagers niet-ontvankelijk verklaard in gewenste vervolging Samsom en Spekman
Amsterdam, 12 april 2016

Het gerechtshof Amsterdam heeft degenen die erover hadden geklaagd dat Samsom en Spekman niet worden vervolgd niet-ontvankelijk verklaard in hun beklag. In de beklagprocedure, gebaseerd op art. 12 Strafvordering, zijn slechts persoonlijk en rechtstreeks belanghebbenden ontvankelijk. De klagers hebben slechts een algemeen belang geformuleerd dat met de vervolging gediend zou zijn. Deze beslissing heeft als gevolg dat het hof niet toekomt aan de inhoudelijke bespreking van de klacht dat Samsom en Spekman niet worden vervolgd.

Klagers waren het niet eens met de beslissing tot niet-vervolging

Klagers hadden bij de politie aangifte gedaan tegen Samsom en Spekman. Zij vonden dat Samsom strafrechtelijk vervolgd moest worden vanwege zijn uitlatingen in een interview in NRC Handelsblad van 15 september 2011 en Spekman vanwege zijn uitlatingen in Vrij Nederland van 18 oktober 2008. De officier van justitie heeft die aangiften geseponeerd, omdat hij de uitlatingen niet strafbaar vond. De klagers wensten de vervolging van beiden voor de strafbare feiten groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie van mensen wegens hun ras.

De gewraakte uitlatingen

Samsom had in het interview onder meer gezegd: Het klopt dat het vooral Marokkanen zijn. Deze jongens hebben een etnisch monopolie op dit soort overlast gekregen. Dat is een Ground Zero van het integratiedebat geworden. Maar met de islam heeft het geen bal te maken”. Spekman heeft onder meer gezegd: “En van celstraf krijgen ze alleen maar meer status in hun groep. Je moet ze zien te raken dat ze hun status juist verliezen. De Marokkanen die niet willen deugen, moet je vernederen, voor de ogen van hun eigen mensen”.

Standpunt van de klagers

De uitspraken van Samsom en Spekman roepen bij de klagers discriminerende associaties op, die hen doen denken aan de jodenvervolging rond en in de periode van de Tweede Wereldoorlog. Door Wilders wel te vervolgen voor diens uitlatingen en Samsom en Spekman niet vinden zij dat het OM impliciet meent dat niet iedereen gelijk is voor de wet. De klagers stelden belang te hebben bij integere en onafhankelijke rechtspraak. Als Samsom in zijn uitlating het woord etnisch had weggelaten, was er volgens de klagers geen vuiltje aan de lucht geweest.

De klagers zijn geen belanghebbenden volgens het hof

Iedereen die op de hoogte is van een strafbaar feit kan daarvan aangifte doen. Niet iedereen die aangifte heeft gedaan wordt volgens de wet aangemerkt als belanghebbende in de beklagprocedure bij het hof. Slechts degene die door het achterwege blijven van een vervolging getroffen is in een belang dat hem bepaaldelijk aangaat wordt aangemerkt als belanghebbende. Het moet hierbij gaan om een objectief bepaalbaar, persoonlijk of kenmerkend belang. Verder moeten de overtreden strafbepalingen het specifieke belang van een klager beschermen om als rechthebbende te worden beschouwd. Dat is hier niet het geval. Volgens het hof gaat het de klagers met name om toepassing van het gelijkheidsbeginsel. Daarmee formuleren zij een algemeen belang en geen persoonlijk belang.

Uitspraken

Meest gelezen berichten